Concrete onderbouwing van de noodzaak van cameratoezicht
De onderbouwing van de noodzakelijkheid van het cameratoezicht is in de Memorie van Toelichting voldoende omschreven, zij het dat de criteria voor de noodzaak telkens in concreto moeten worden vastgesteld.
Voor de verlenging van de duur van plaatsing wordt voorgesteld de burgemeester een verslag over de doeltreffendheid en de effecten te laten overleggen aan de raad. Het CBP beveelt aan de evaluatieplicht preciezer te omschrijven, zodat de raad zich daadwerkelijk over de noodzaak van verlenging van plaatsing van camera’s moet uitspreken.
Camera’s met en zonder opslag van beelden: bevoegdheid tot keuze
Inzake de keuze tussen monitoren zonder beeldopslag en cameratoezicht met beeldopslag is nog onvoldoende duidelijk waar de bevoegdheid voor deze keuze ligt: bij de burgemeester of de raad.
Het CBP is van mening dat besluiten over toepassing van identificatiemethoden tot de bevoegdheid van de raad behoren.
Begripsverheldering: statisch cameratoezicht en openbare plaats
Ook statische en langdurige vormen van cameratoezicht vallen onder de reikwijdte van de wet. Het begrip statisch cameratoezicht behoeft echter nadere verduidelijking. Identificatiemethoden en zoek- en analysemethoden zijn niet voldoende opgenomen in de wettelijke regeling.
De definitie van openbare plaats (geregeld in artikel 151c, vierde lid, Gemeentewet) behoeft verduidelijking. Het uitgangspunt lijkt het karakter van de plaats te zijn en niet de geldende eigendomsverhoudingen.
Verantwoordelijkheid en regie
De regie over het feitelijke cameratoezicht en het toepasselijk wettelijk regime (Wet politieregisters of Wet bescherming persoonsgegevens) dient scherper onderscheiden te worden van de algemene verantwoordelijkheid voor het cameratoezicht in de zin van de Wbp. De regiefunctie dient in de wettelijke regeling opgenomen te worden. Gegevensverstrekking en rechten van betrokkenen
Verstrekking van gegevens, ook binnen de politie, moet nader geregeld worden in het Besluit politieregisters.
In het wetsvoorstel ontbreekt een verwijzing naar op te stellen reglementen ten aanzien van het inzage- en correctierecht van betrokkenen.
5 februari 2002, z2001-01638