Op grond van afspraken tussen de Staat en luchtvaartmaatschappijen krijgen passagiers bij wie cocaïne wordt aangetroffen voor drie jaar een vliegverbod voor bepaalde vluchten en worden zij op een zwarte lijst geplaatst. Op verzoek van politiediensten in de Verenigde Staten en Australië heeft de minister van Justitie beschikkingen op grond van de Wet politieregisters verleend tot doorgifte van deze zwarte lijst met drugskoeriers aan politiediensten van deze staten. Dit is gebeurd om de te verwachten verplaatsingseffecten van drugstransporten als gevolg van de toepassing van de zwarte lijst drugskoeriers te kunnen voorkomen.
In 2006 heeft het CBP de minister al gewezen op het hierbij geldende juridisch kader en de voorwaarden die aan een dergelijke verstrekking moeten worden verbonden. Gelet op de mogelijk ingrijpende gevolgen voor passagiers als de gegevens onjuist zijn of te lang worden bewaard, terwijl de VS de mogelijkheid tot oplegging van de doodstraf kent, is de grootst mogelijke zorgvuldigheid geboden. Met name in de Verenigde Staten, maar ook in Australië is het niveau van gegevensbescherming, vereist voor het mogen verstrekken van politiegegevens, nog onvoldoende te achten. Bij de beschikkingen zijn bovendien geen nadere voorwaarden opgenomen die de risicovolle aspecten voor de gegevensbescherming kunnen compenseren. Ten aanzien van de VS hadden waarborgen moeten worden getroffen voor het accuraat en actueel houden van ontvangen gegevens, voor de voorwaarden voor het verder gebruik daarvan, voor het verwijderen van gegevens en voor het vaststellen van een maximale bewaartermijn. Ook voor Australië bestonden aandachtspunten ten aanzien van gebruik en verwijdering van gegevens en ten aanzien van de omstandigheid dat het recht op gegevensbescherming alleen gold voor staatsburgers en ingezetenen van Australië.
Het CBP heeft er bij de minister op aangedrongen dat hij maatregelen neemt waardoor voortaan gegarandeerd kan worden dat besluiten tot verstrekking van politiegegevens aan de noodzakelijke voorwaarden van gegevensbescherming voldoen, zonder te kort te doen aan de noodzaak tot samenwerking ter bestrijding van ernstige criminaliteit.
Ondanks de aangevoerde bezwaren tegen de wijze van verstrekking aan deze politiediensten, gaf de minister van Justitie in december 2006 een inhoudelijk ongewijzigde beschikking af voor een nieuwe periode van 2 jaar. Uit een kort daarna beschikbaar gekomen verslag van bezoek aan de Amerikaanse autoriteiten blijkt dat de Nederlandse autoriteiten op tal van onregelmatigheden in de verwerking van de zwarte lijstgegevens zijn gestuit. Zo bleek onder meer dat de VS geen maximale bewaartermijn hanteert en in het geheel geen gegevens uit zijn informatiesystemen heeft verwijderd, ook niet van personen die bijvoorbeeld in verband met vrijspraak van de zwarte lijst waren gehaald. Nederland is daarop overgegaan tot het voorlopig stopzetten van de verstrekking van de zwarte lijst aan de V.S. De verstrekkingsbeschikking van de zwarte lijst aan Australië is na afloop van de looptijd daarvan niet verlengd, omdat in die periode geen sprake was geweest van ‘hits’.
Het CBP heeft in 2007 opnieuw de aandacht van de minister gevraagd voor de gebleken ernstige tekortkomingen in de verstrekking aan de Verenigde Staten. De bevindingen laten eens te meer het belang zien van een zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens en de noodzaak om daarbij toereikende waarborgen te treffen.
Z2005-00894 en z2007-00024