Het bloedonderzoek dient verschillende doelen: waarheidsvinding ten behoeve van het strafproces, het verschaffen van wetenschap aan het slachtoffer over besmetting met HIV of met het hepatitisvirus en de herkomst ervan en het nemen van beslissingen over medicatie. In het ontwerpbesluit worden regels gesteld over onder meer de manier waarop het afgenomen bloed wordt verpakt en gekoppeld aan persoonsgegevens, naar welke laboratoria de buisjes bloed en de daarop geplakte persoonsgegevens voor onderzoek worden gestuurd en welke gegevens moeten worden opgenomen in het verslag van bevindingen. Daarnaast bevat het besluit bepalingen over de vernietiging van de buisjes bloed en de daarop geplakte persoonsgegevens.
Het CBP wijst er in zijn advies onder meer in op dat de opsporingsambtenaar in het proces-verbaal van bloedafname of inbeslagname van bloed en op de verpakking van het afgenomen of in beslaggenomen bloed alleen die persoonsgegevens mag vermelden die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de uitkomst van het onderzoek wordt gekoppeld aan de persoon die in het proces-verbaal staat vermeld. Verder adviseert het CBP over de vernietiging van persoonsgegevens die op de verpakking van het bloed zijn aangebracht en de vernietiging van de uitkomst van het bloedonderzoek. De laboratoria dienen hiervoor volgens het CBP zorg te dragen op het moment dat deze gegevens geen waarde meer hebben voor het strafproces. Tot slot gaat het advies in op de verstrekking van strafvorderlijke informatie door het Openbaar Ministerie aan laboratoria en aan derden, bijvoorbeeld hulpverleners, en op de eisen die gelden voor ziekenhuizen en de GGD voor de beveiliging van persoonsgegevens.
z2009-00744