Verplichte bloedtest in strafzaken bij ernstig besmettingsgevaar
 

Wetgevingsadvies, 17 september 2009

Een nieuwe wet moet het mogelijk maken celmateriaal van een verdachte of van een derde te onderzoeken, zodat kan worden vastgesteld of dit celmateriaal is besmet met een virus dat bij het plegen van een strafbaar feit kan zijn overgedragen op het slachtoffer. Ook kan worden onderzocht of dit virus daadwerkelijk op het slachtoffer is overgedragen. Bij het bloedonderzoek zullen aanzienlijke hoeveelheden persoonsgegevens worden verwerkt. Een deel daarvan betreft gegevens over de gezondheid, dus bijzondere persoonsgegevens. Om deze verwerking in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens te laten verlopen heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) de minister van Justitie geadviseerd de wet en het uitvoeringsbesluit op enkele onderdelen aan te passen.

Het bloedonderzoek dient verschillende doelen: waarheidsvinding ten behoeve van het strafproces, het verschaffen van wetenschap aan het slachtoffer over besmetting met HIV of met het hepatitisvirus en de herkomst ervan en het nemen van beslissingen over medicatie. In het ontwerpbesluit worden regels gesteld over onder meer de manier waarop het afgenomen bloed wordt verpakt en gekoppeld aan persoonsgegevens, naar welke laboratoria de buisjes bloed en de daarop geplakte persoonsgegevens voor onderzoek worden gestuurd en welke gegevens moeten worden opgenomen in het verslag van bevindingen. Daarnaast bevat het besluit bepalingen over de vernietiging van de buisjes bloed en de daarop geplakte persoonsgegevens.

Het CBP wijst er in zijn advies onder meer in op dat de opsporingsambtenaar in het proces-verbaal van bloedafname of inbeslagname van bloed en op de verpakking van het afgenomen of in beslaggenomen bloed alleen die persoonsgegevens mag vermelden die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de uitkomst van het onderzoek wordt gekoppeld aan de persoon die in het proces-verbaal staat vermeld. Verder adviseert het CBP over de vernietiging van persoonsgegevens die op de verpakking van het bloed zijn aangebracht en de vernietiging van de uitkomst van het bloedonderzoek. De laboratoria dienen hiervoor volgens het CBP zorg te dragen op het moment dat deze gegevens geen waarde meer hebben voor het strafproces. Tot slot gaat het advies in op de verstrekking van strafvorderlijke informatie door het Openbaar Ministerie aan laboratoria en aan derden, bijvoorbeeld hulpverleners, en op de eisen die gelden voor ziekenhuizen en de GGD voor de beveiliging van persoonsgegevens.

z2009-00744

zoek
Ik wil snel naarSnel naar
header