Ontwerpbesluit verwijsindex risicojongeren 
CBP adviseert tot aanpassing van het ontwerpbesluit 

Mededeling, 25 januari 2010

In het ontwerpbesluit verwijsindex risicojongeren worden instanties aangewezen waar functionarissen werken die als bevoegde kunnen worden aangewezen om een jeugdige aan de verwijsindex te melden. Daarnaast worden in het ontwerpbesluit eisen vastgesteld voor de meldingsbevoegde personen en instanties en voor de veilige aansluiting van signaleringssystemen op de verwijsindex. De minister van Jeugd en Gezin heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) gevraagd om advies over het ontwerpbesluit. Het CBP constateert dat het aantal in het ontwerpbesluit aangewezen instanties en functionarissen dusdanig groot is dat artsen en andere meldingsbevoegden niet de vereiste beoordeling kunnen maken of met de melding de schade aan het kind zal worden voorkomen of beperkt. Het CBP plaatst voorts kanttekeningen bij het melden door de doelgroepencoördinator en wijst op het risico dat meldingsbevoegden etniciteit gaan registreren in hun eigen administratie zonder dat hiervoor een wettelijke basis is. Het CBP heeft de minister geadviseerd het ontwerpbesluit en de nota van toelichting op onderdelen aan te passen.

Bij een melding aan de verwijsindex risicojongeren worden op voorhand ongericht persoonsgegevens verstrekt aan een potentieel groot aantal organisaties afkomstig uit verschillende domeinen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een arts die in het belang van het kind overweegt het medisch beroepsgeheim te doorbreken, niet de vereiste beoordeling maken of met de melding de schade aan het kind zal kunnen worden voorkomen of beperkt. Hij weet namelijk bij het melden niet aan welke instanties en/of functionarissen de persoonsgegevens via de verwijsindex worden verstrekt. 

In het ontwerpbesluit is in reactie op een motie van de Tweede Kamer de mogelijkheid van melding aan de verwijsindex door bij de jeugd betrokken ‘doelgroepencoördinatoren’ opgenomen. Uit de nota van toelichting leidt het CBP af dat hiermee wordt voldaan aan het in de motie opgenomen verzoek te bevorderen dat de Antillianencoördinator bevoegd wordt om jeugdigen aan de verwijsindex te melden. Hoewel in de nota is aangegeven dat ook andere bij de jeugd betrokken doelgroepencoördinatoren kunnen melden, vraagt het CBP zich af om hoeveel en welke doelgroepencoördinatoren het gaat. Uit de nota blijkt dat in de melding niet wordt opgenomen met welke doelgroep de coördinator zich bezighoudt. Indien echter in de praktijk alleen zal worden gemeld door de Antillianencoördinator, zal uit een dergelijke melding toch kunnen worden afgeleid dat het om een Antilliaanse jeugdige gaat. Hierdoor zal strijd ontstaan met het in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) neergelegde verbod op het verwerken van persoonsgegevens betreffende iemands ras.

Het CBP signaleert rond de melding een ander probleem, namelijk ten aanzien van de melding door Bureau jeugdzorg op initiatief van de politie. Een dergelijke getrapte melding zal herkenbaar zijn als politiemelding, waardoor de jongere met de politie wordt geassocieerd, terwijl de politie niet een voor melding aangewezen instantie is. Het CBP oordeelt dat het noemen van de politie in een melding van bureau jeugdzorg niet noodzakelijk is voor de afstemming van de hulpverlening en daarom in strijd is met artikel 11 Wbp.

Wat betreft de meldingsbevoegden merkt het CBP op dat door de vaag geformuleerde meldcriteria moeilijk kan worden vastgesteld aan welke kennisvereisten een meldingsbevoegde moet voldoen om te mogen melden. Als voorbeeld kan het in artikel 2j, aanhef en onder l, van het wetsvoorstel neergelegde criterium worden genoemd, dat aan artikel 2j is toegevoegd na behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer. Een meldingsbevoegde kan een jeugdige op grond van dit criterium aan de verwijsindex melden indien hij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige daadwerkelijk in zijn ontwikkeling wordt bedreigd omdat hij of zij blootstaat aan risico’s die in bepaalde etnische groepen onevenredig vaak voorkomen. Door de ruime formulering van dit toegevoegde criterium is niet duidelijk of bijvoorbeeld een huisarts of een schooldirecteur voldoende kennis en ervaring heeft om een jeugdige op grond van deze bepaling te mogen melden. Het CBP wijst er tevens op dat dit toegevoegde meldcriterium geen wettelijke basis biedt voor het vastleggen van etniciteit van jeugdigen in de eigen administratie van meldingsbevoegden. Meldingsbevoegden dienen hiervan op de hoogte te worden gesteld.

z2009-00970

 

zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header