juli 2004
Auteurs: Simone Artz en Saskia Lieon
Over dit boek
Veel ondernemingsraden (OR-en) besteden aandacht aan de bescherming van de privacy van werknemers op de werkplek. Door de technologische vooruitgang wordt dit onderwerp alleen maar belangrijker. Een arbeidsorganisatie heeft vele mogelijkheden om bijvoorbeeld via cameratoezicht, telefooncentrales, toegangspoorten of computersystemen automatisch allerlei informatie van werknemers te verzamelen. Daarnaast verzamelt de werkgever ook diverse gegevens over zijn personeel voor onder andere de salarisadministratie, ziekteverzuimregistratie, beoordelingsgesprekken of het afhandelen van klachten over ongewenst gedrag. Deze informatie kan voor verschillende doelen gebruikt worden, waaronder het controleren van de werknemers. Hoewel het controleren van werknemers een onderdeel vormt van een arbeidsrelatie, mag de werkgever niet als een ‘big brother’ alle handelingen van zijn personeel volgen. Hij moet hierbij maat houden en voldoen aan de eisen van de privacywetgeving.
De OR speelt een belangrijke rol bij de bescherming van de privacy van werknemers op de werkplek. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR de mogelijkheid om zich met dit onderwerp bezig te houden. Een belangrijke taak voor de OR hierbij is om toe te zien dat het beleid van de organisatie voldoet aan de eisen van de privacywetgeving.
Dit boek biedt OR-en een handvat bij het beschermen van de privacy op de werkplek en het beoordelen van het privacybeleid in de organisatie. In de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zijn de voorwaarden vastgelegd waaraan het privacybeleid van een organisatie moet voldoen. Deze voorwaarden zijn vertaald naar een aantal algemene toetsingsvragen die de OR kan gebruiken bij het beoordelen of de werkgever op een behoorlijke en zorgvuldige wijze met persoonsgegevens omgaat. Het eerste hoofdstuk van dit boek geeft aan welke rol de OR kan spelen bij het privacybeleid van de organisatie. Hier komen de bevoegdheden uit de WOR aan bod. In het tweede hoofdstuk worden de toetspunten behandeld voor het beoordelen van het privacybeleid. In de thematische hoofdstukken 3 tot en met 7 worden de volgende onderwerpen besproken: personeelsdossiers, controle van email- en internetgebruik, het gebruik van de telefoon, cameratoezicht en de privacy van de zieke werknemer. Elk hoofdstuk beschrijft wat mag en wat niet mag op basis van de privacywetgeving. De toetsingsvragen in de diverse hoofdstukken geven de OR handvatten om toe te zien dat het beleid van de organisatie voldoet aan de eisen van de Wbp. Hoofdstuk 8 geeft tenslotte antwoord op een aantal veel gestelde vragen van OR-en over privacy op de werkplek.