Het CBP dient (artikel 51, tweede lid van de Wbp) om advies te worden gevraagd over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur die geheel of in belangrijke mate betrekking hebben op de verwerking van persoonsgegevens.
De uitvoering van deze adviestaak valt onder de bepalingen van de Kaderwet adviescolleges (Staatsblad. 1996, 378). Dat neemt niet weg dat het CBP zich ook als toezichthouder kan wenden tot de regering, al dan niet onder toezending van een kopie aan een of beide kamers van de Staten-Generaal. Ook maakt het CBP wel gebruik van de mogelijkheid om te reageren op bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstellen. Tenslotte komt het regelmatig voor dat vaste commissies uit de Tweede of de Eerste Kamer het CBP uitnodigen om te reageren op aanhangige voorstellen.
Het CBP streeft ernaar om in overleg met de betrokken departementen reeds in een vroeg stadium een indruk te krijgen van relevante wetgeving en daarover zo mogelijk tot afstemming te komen in het belang van een goede planning van de adviestaak. In bepaalde gevallen vindt ook, al dan niet in werkgroepverband, vooroverleg plaats. Na afronding van een advies wordt het betrokken wetgevingstraject in de regel gevolgd. Als het CBP ten onrechte niet om advies wordt gevraagd, dan neemt het doorgaans zelf het initiatief om een advies uit te brengen.
Een overzicht van de wetgevingsadviezen vindt u onder publicaties: adviezen.