Bemiddeling door het CBP
Het CBP is op grond van artikel 47 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
belast met de behandeling van verzoeken om bemiddeling bij geschillen over de
uitoefening van het recht op inzage of correctie van persoonsgegevens of over de
uitoefening van het recht op verzet.
Belanghebbenden kunnen er in dergelijke gevallen ook voor kiezen om hun zaak
voor te leggen aan de civiele of administratieve rechter of gebruikmaken van een
geschillenregeling in een goedgekeurde gedragscode. Als het CBP de bemiddeling
heeft beëindigd, kan de zaak alsnog aan de rechter worden voorgelegd. De rechter
kan besluiten om - al dan niet alsnog - het advies van het CBP in te winnen.
Behandeling van klachten door het CBP
Het CBP kan op grond van artikel 60 Wbp op verzoek van een belanghebbende een
onderzoek instellen naar de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet.
Daartoe beschikt het CBP over de nodige onderzoeksbevoegdheden op grond van de
Wbp en de Algemene wet bestuursrecht.
Ontvankelijkheid
Bij de ontvangst van klachten en verzoeken om bemiddeling wordt steeds
beoordeeld of zij aan de wettelijke vereisten voldoen en of er voldoende
aanleiding bestaat om ze in behandeling te nemen.