Recht op inzage en afschrift
Op grond van de WGBO heeft een patiënt recht op inzage in zijn gegevens in het medisch dossier zoals röntgenfoto’s, diagnoses en operatieverslagen. Uw persoonlijke werkaantekeningen mag een patiënt niet inzien.
Een verzoek tot inzage mag alleen worden geweigerd als de privacy van een ander dan de patiënt daardoor wordt geschaad. U moet dit wel per geval aan kunnen tonen. Daarbij geldt dat het belang om de privacy van de ander te bewaren zwaarder moet wegen dan het belang dat de patiënt heeft bij inzage in zijn dossier. Denk bijvoorbeeld aan gegevens die u verkregen heeft van de partner van de patiënt of van een familielid over de onderlinge verhoudingen, waarbij destijds is afgesproken dat de patiënt ze niet te zien krijgt.
De patiënt heeft ook recht op een afschrift van de medische gegevens. U moet zo spoedig mogelijk inzage verlenen of een kopie maken. Voor inzage mag geen vergoeding worden gevraagd. Voor het verstrekken van een afschrift kunt u wel kosten in rekening brengen. U mag een vergoeding van € 0,23 per pagina vragen met een maximum van € 5,00. Deze maximale vergoeding, zoals is vastgesteld in het Besluit kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp, geldt zowel voor het verstrekken van afschriften op papier als voor kopieën van röntgenfoto’s.
Naast de WGBO kent ook de Wbp een bepaling die ziet op het verkrijgen van inzage. Meer informatie over het inzagerecht, zoals in de Wbp beschreven, kunt u vinden in het informatieblad Het geven van inzage in persoonsgegevens.
Inzage medisch dossier (overleden) familielid
Bij het verlenen van inzage in de medische gegevens van een familielid moet een onderscheid gemaakt worden tussen het dossier van een in leven zijnd familielid en dat van een overleden familielid.
De patiënt is in leven
Recht op inzage heeft de patiënt zelf en, indien van toepassing, zijn (wettelijk) vertegenwoordiger. Een wettelijk vertegenwoordiger is een met het gezag belaste ouder of voogd van een minderjarige of een door de rechter benoemde mentor of curator. Als vertegenwoordiger van een patiënt kunnen ook optreden: een schriftelijk gemachtigde, de echtgenoot of partner, een ouder, kind, broer of zus van de patiënt. Familieleden die niet de (wettelijk) vertegenwoordiger van de patiënt zijn, zijn niet bevoegd tot inzage.
Inzage verlenen aan anderen kan alleen indien sprake is van toestemming van de patiënt of – indien van toepassing – diens vertegenwoordiger, een wettelijke plicht tot het verlenen van inzage in medische gegevens dan wel indien u geconfronteerd wordt met een conflict van plichten zoals in een noodsituatie, waarbij het belang van de patiënt bij geheimhouding van de gegevens uit het dossier minder zwaarwegend is dan het belang dat gediend wordt door het verlenen van inzage aan anderen. Het is aan u om te beoordelen of sprake is van een van de genoemde uitzonderingsgronden. U moet kunnen verdedigen waarom u inbreuk maakt op de geheimhoudingsplicht die u tegenover uw patiënt heeft. Meer informatie hierover vindt u in het informatieblad Geheimhouding van medische gegevens.
De patiënt is overleden
Als de patiënt is overleden, kan diens toestemming niet meer worden gevraagd en houdt de vertegenwoordigingsbevoegdheid op terwijl de geheimhoudingsplicht blijft bestaan. De arts kan niet door de nabestaanden van zijn geheimhoudingsplicht ontslagen worden. In de jurisprudentie, doctrine en gedragsregels voor artsen is aangegeven dat onder bepaalde omstandigheden het verstrekken van (een aantal) gegevens aan familieleden van de overledene en/of anderen toch toegestaan is. Dit kan als er ofwel sprake is van toestemming van de overledene (expliciet gegeven of redelijkerwijs te veronderstellen) en/of er sprake is van ‘zwaarwegende belangen’ van anderen. Zo is bijvoorbeeld het verlenen van inzage aan nabestaanden die een testament willen aanvechten alleen gerechtvaardigd als het aannemelijk is dat opheldering over de wils(on)bekwaamheid van de overledene niet op andere wijze kan worden verkregen. Toestemming mag worden verondersteld als nabestaanden een klacht willen indienen of een procedure willen voeren vanwegeeen vermeende onzorgvuldige behandeling door de arts. Daarnaast kan het medisch beroepsgeheim ook doorbroken worden op grond van een wettelijk voorschrift zoals de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken. Ook kunt u zich beroepen op een conflict van plichten wanneer bijvoorbeeld in een situatie gevreesd moet worden voor ernstig (levens)gevaar van anderen. De beslissing om al dan niet de geheimhoudingsplicht te doorbreken, ligt altijd bij uzelf, maar kan door de rechter terzijde worden geschoven.
Recht op correctie of aanvulling
Op grond van de Wbp heeft de patiënt recht op correctie van gegevens in zijn medisch dossier. Dit kan als de gegevens feitelijk onjuist, onvolledig of niet ter zake dienend zijn voor het doel of de doeleinden van de verwerking. Het recht om te verzoeken om correctie strekt zich niet uit over meningen, opiniërende uitspraken of verslagen van (subjectieve) waarnemingen. Het is niet bedoeld om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en conclusies waarmee een patiënt het oneens is, te corrigeren. Dit recht heeft slechts betrekking op ‘feiten’, gegevens zoals naam en geboortedatum, waarover in het algemeen geen verschil van mening kan bestaan. Het recht om correctie te vragen is geregeld in de Wbp en niet in de WGBO. Uitgebreide informatie over dit recht kunt u vinden in het informatieblad Het bieden van correctie. Overigens dient u ingevolge de WGBO op verzoek van de patiënt wel een verklaring met betrekking tot de in het dossier opgenomen stukken toe te voegen.
Recht op vernietiging
De patiënt heeft recht op vernietiging van bepaalde delen uit zijn dossier of het gehele dossier, ongeacht of dit relevante gegevens zijn. Aan een verzoek tot vernietiging moet binnen drie maanden worden voldaan. Wanneer een bepaald onderdeel uit het medisch dossier is vernietigd, kunt u daarin aantekenen dat een deel op verzoek van de patiënt is vernietigd. Op het vernietigingsrecht van de patiënt bestaan twee uitzonderingen:
- een voorschrift of een andere wet bepaalt dat de gegevens bewaard moeten blijven;
- met bewaring van de gegevens is een aanmerkelijk belang van een ander dan de patiënt gemoeid.
Wettelijke plicht tot bewaring
Een voorbeeld is de bepaling in het Besluit Patiëntendossier Bopz dat medische gegevens vijf jaar na beëindiging van de behandeling bewaard moeten worden, waardoor een vernietigingsverzoek door de (gedwongen opgenomen) patiënt pas vijf jaar ná beëindiging van de Bopz-behandeling kan worden gehonoreerd. Een ander voorbeeld is de ‘lijst van te vernietigen archiefbescheiden van de academische ziekenhuizen’ die op de Archiefwet is gebaseerd. In deze lijst staat dat bepaalde documenten (ontslagbrief, operatieverslag, etc.) tot 115 jaar na de geboorte(datum) van de patiënt moeten worden bewaard, vanwege het (bewijs)belang van de overheid. Het belang dat de overheid heeft bij het langer bewaren van medische gegevens zou ondermijnd worden indien op verzoek van een patiënt deze gegevens vernietigd kunnen worden.
Bewaring wegens een aanmerkelijk belang van een ander
U heeft bijvoorbeeld de gegevens nodig voor uw verweer tijdens een procedure die de patiënt tegen u heeft aangespannen. Verder kunt u vernietiging weigeren als u de gegevens van aanmerkelijk belang acht voor een ander dan de patiënt, bijvoorbeeld voor nakomelingen van de patiënt als er sprake is van een bepaalde erfelijke ziekte. Als u een verzoek weigert om gegevens te vernietigen, moet u uw redenen daarvoor (liefst schriftelijk) aan de patiënt mededelen.
Over de wijze waarop een medisch dossier moet worden vernietigd, is geen ‘harde regel’ te geven. Van belang is de algemene regel dat u zorgvuldig met persoonsgegevens van anderen moet omgaan. Deze verantwoordelijkheid wordt groter naarmate de gevoeligheid van de gegevens groter is. Met het oog hierop kan worden gesteld dat een oud-papierbak niet een juiste plaats is om (een deel van) een medisch dossier in af te voeren. Vernietiging van de gegevens met behulp van een papierversnipperaar of via een in papierafvoer gespecialiseerd bedrijf, is dan een meer aangewezen weg. Een praktisch alternatief is dat u de gegevens niet vernietigt maar overdraagt aan de patiënt, zodat die zelf verantwoordelijk wordt voor wat er met zijn gegevens gebeurt.
Recht op blokkering
Bij keuringen geeft het blokkeringsrecht de keurling het recht om als eerste kennis te nemen van de uitslag en de conclusies van het medisch onderzoek en om te beslissen of daarvan mededeling aan anderen mag worden gedaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitslag van medische keuring in het kader van de aanvraag van een levensverzekering. De aspirant-verzekerde kan in dat geval zelf beslissen of het oordeel van de medisch adviseur aan de verzekeraar verstrekt wordt.
Dit blokkeringsrecht is niet van toepassing op (keurings)handelingen in het kader van een tot stand gekomen arbeidsverhouding, burgerrechtelijke verzekering of een opleiding waartoe de betrokkene reeds is toegelaten. Daarnaast is bepaald dat, tenminste tot 1 mei 2010, het blokkeringsrecht (nog) niet van toepassing is op handelingen op het gebied van de geneeskunst die worden verricht in verband met de uitvoering van wettelijke voorschriften op het terrein van de arbeidsomstandigheden, de sociale zekerheid en de sociale voorzieningen, alsmede pensioenregelingen en collectieve arbeidsovereenkomsten.
Recht op inzage, vernietiging, aanvulling of correctie voor wettelijk vertegenwoordiger
Vertegenwoordigers zijn de personen die bepaalde rechten uitoefenen in plaats van een minderjarige of meerderjarige wilsonbekwame patiënt omdat deze niet in staat wordt geacht deze rechten zelfstandig te kunnen uitoefenen.
Minderjarige patiënten tot 12 jaar
Indien de jeugdige de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, kunnen zijn wettelijk vertegenwoordigers in beginsel diens recht op inzage, vernietiging of aanvulling van het medisch dossier uitoefenen. Het verzoek van de wettelijk vertegenwoordigers om inzage, vernietiging of aanvulling wordt echter niet ingewilligd als hierdoor de hulpverlener niet de zorg van een goed hulpverlener in acht kan nemen. Of hier sprake van is, dient u van geval tot geval aan de hand van de omstandigheden te beoordelen. De minderjarige patiënt kan ook zelf inzage krijgen of om aanvulling vragen mits de ouders hiertegen geen bezwaar hebben en dit in overeenstemming is met de zorg van een goed hulpverlener.
Als u de wettelijk vertegenwoordiger inzage geeft of op diens verzoek het medisch dossier vernietigt of aanvult, hoeft de patiënt daarover niet ingelicht te worden. Het recht om correctie te vragen, zoals opgenomen in de Wbp, geldt alleen voor de wettelijk vertegenwoordigers en voor de minderjarige patiënt zelf tot 16 jaar niet.
Wilsbekwame patiënten van 12 jaar en ouder
Indien de patiënt 12 jaar of ouder is en wilsbekwaam, dan heeft die patiënt zelfstandig recht op inzage, vernietiging of aanvulling en zijn de bevoegdheden ter zake van de wettelijk vertegenwoordigers beperkt tot hetgeen nodig is in verband met het door hen (kunnen) verlenen van toestemming voor de behandeling. Andere uitzonderingen voor het verlenen van inzage aan de wettelijk vertegenwoordigers kunt u lezen in het informatieblad Geheimhouding van medische gegevens. Is de patiënt jonger dan 16 jaar dan geldt het recht om correctie te vragen, zoals opgenomen in de Wbp, alleen voor de wettelijk vertegenwoordigers en niet voor de patiënt zelf.
Wilsonbekwame meerderjarige patiënten
Patiënten die niet in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake worden vertegenwoordigd door een wettelijk vertegenwoordiger (curator of mentor). Indien er geen wettelijk vertegenwoordiger is benoemd, dan kunnen respectievelijk een schriftelijk gemachtigde, echtgenoot of partner, ouder of kind, broer of zus als vertegenwoordiger optreden. De (wettelijk) vertegenwoordigers hebben recht op inzage, vernietiging of aanvulling, tenzij dat in strijd is met goed hulpverlenerschap. Het recht om correctie te vragen, zoals opgenomen in de Wbp, komt uitsluitend toe aan de wettelijk vertegenwoordigers.
Als de patiënt vragen of klachten heeft
Een patiënt heeft verschillende mogelijkheden als hij van mening is dat zijn hulpverlener zijn verzoek ten onrechte heeft afgewezen. Allereerst kan de patiënt de zaak met zijn hulpverlener bespreken. Als hij over de uitkomst van het gesprek niet tevreden is of de hulpverlener wil geen gesprek aangaan, kan de patiënt eventueel verdere stappen ondernemen.
Iedere zorgaanbieder is verplicht een klachtencommissie in te stellen. In eenvoudige en duidelijke gevallen kan een klacht ook door een klachtenfunctionaris of vertrouwenspersoon worden afgehandeld. Daarnaast kan de patiënt bij een regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg een klacht indienen over een arts, tandarts, verloskundige, apotheker, verpleegkundige, fysiotherapeut, klinisch psycholoog of psychotherapeut. Behalve bij het regionale tuchtcollege kan men ook een klacht indienen bij de officier van justitie.
Voor advies en ondersteuning kan een patiënt zich tot een van de 13 regionale Zorgbelangorganisaties (of via telefoon 0900-2437070) wenden.
Indien u federatielid KNMG bent, kunt u voor onder meer informatie over de rechten van uw patiënten terecht bij de Artseninfolijn van de KNMG (of via telefoonnummer 030-2823322).