Voorwaarden voor het verstrekken
U heeft persoonsgegevens in vertrouwen gekregen. Daarom bent u in
beginsel niet verplicht tot verstrekken van gegevens als de politie erom vraagt. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) biedt het kader waarbinnen u gegevens mag gebruiken en mag verstrekken. Hierover kunt u meer lezen in het informatieblad Verstrekken van persoonsgegevens.
Als de politie u vraagt bepaalde persoonsgegevens te verstrekken omdat de gegevens noodzakelijk zijn ter voorkoming, opsporing of vervolging van strafbare feiten, vervalt een aantal eisen uit de Wbp. Zo hoeft u in deze situatie niet te oordelen of de verstrekking onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor u ze hebt verzameld. U dient in deze situatie mee te werken, mits de politie u daar uitdrukkelijk en gericht om vraagt en wanneer zij u kan uitleggen op grond van welke wettelijke regeling u gegevens moet verstrekken. Kortom, de Wbp verplicht u niet tot het verstrekken van persoonsgegevens, maar geeft regels voor het zorgvuldig gebruik van persoonsgegevens. De gevallen waarin u verplicht bent gegevens te verstrekken aan de politie vloeien voort uit andere wetten.
Praktijkvoorbeelden van wettelijke plicht tot verstrekken
- Als u beroeps- of bedrijfsmatig een financiële dienst verleent, kan de politie op grond van de Wet vorderen gegevens financiële sector bepaalde persoonsgegevens van u verlangen.
- De officier van justitie kan zonder tussenkomst van een rechter bepaalde persoonsgegevens bij u als telefoon- of internetaanbieder opvragen. Daarnaast mag iedere opsporingsambtenaar de identiteit van elke abonnee opvragen. Dat mag op grond van de Wet vorderen gegevens telecommunicatie. Deze wet verplicht u overigens niet om persoonsgegevens te bewaren, maar regelt alleen de toegang tot de gegevens die bij u beschikbaar zijn.
Gevallen waarin u niet verplicht bent te verstrekken
De politie moet de gegevens op grond van een wettelijke regeling vorderen. Hieraan zijn eisen verbonden. Als de politie hieraan niet voldoet, hoeft u niet mee te werken. In veel gevallen mag u zelfs niet meewerken, omdat u gegevens over uw klanten, werknemers, leerlingen, patiënten of cliënten niet bewaart om de politie van dienst te zijn. Een betrokkene (dat is degene van wie u persoonsgegevens gebruikt) mag er vanuit gaan dat u zijn gegevens niet zonder goede reden aan de politie geeft. Vraag de politie dus altijd om schriftelijk aan te geven waarom u de gevraagde informatie zou moeten verstrekken.
Als u de door de politie gevraagde gegevens gaat verstrekken, moet u daarover de betrokkene informeren, zelfs als de politie vraagt dat niet te doen. Zie ook het informatieblad Informatieplicht.
Aansprakelijkheid
Als u persoonsgegevens aan de politie verstrekt zonder dat u dat mag of dat u daartoe verplicht bent, kunt u daarvoor door een betrokkene aansprakelijk gesteld worden. Dus als de politie u vraagt gegevens te verstrekken, vraag dan zoveel mogelijk informatie en, indien nodig, bedenktijd om het verzoek van de politie te kunnen overwegen. Win zo nodig juridisch advies in.
Inzagerecht
Een betrokkene heeft onder meer recht op inzage in zijn persoonsgegevens. Als de betrokkene u om inzage verzoekt, moet u de betrokkene op een duidelijke manier informeren welke gegevens u van hem gebruikt, wat het doel is van het gebruik en aan wie u de gegevens eventueel hebt verstrekt. Als u besluit gegevens aan de politie te gaan verstrekken of als u verplicht bent dat te doen, is het daarom verstandig de informatie schriftelijk te verstrekken en in uw eigen administratie vast te leggen welke gegevens u aan de politie heeft doorgegeven. Meer over het inzagerecht is te lezen in het informatieblad Het geven van inzage in persoonsgegevens.
Als de betrokkene vragen of klachten heeft
De betrokkene moet met vragen of klachten altijd eerst naar u komen.
Wat kan de betrokkene verder zelf doen?