Verwerking persoonsgegevens in registers zware criminaliteit en informantenregisters 
CBP-onderzoek naar politieregisters bij de Criminele Inlichtingen Eenheden van twee Bijzondere Opsporingsdiensten 

Mededeling, 23 april 2007

Het CBP heeft in 2005 en 2006 een ambtshalve onderzoek uitgevoerd naar de politieregisters van de Criminele Inlichtingen Eenheden van twee Bijzondere Opsporingsdiensten, namelijk de onder het ministerie van Financiën ressorterende FIOD-ECD en de VROM-IOD, die valt onder het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De onderzoeken hadden betrekking op de verwerking van persoonsgegevens in het register zware criminaliteit, het voorlopig register en het informanten-of relatieregister bij de CIE. Het algemene beeld dat uit de onderzoeken naar voren kwam is overwegend positief.

De onderzochte inhoudelijke aspecten van de verwerking van persoonsgegevens bleken over het algemeen in orde. Wat de onderzochte technische en organisatorische aspecten betreft viel het op dat op een aantal punten niet wordt voldaan aan de voorschriften die door de wet- en regelgeving worden gesteld, zoals voorschriften over logging van de database en autorisaties.

Gebleken is dat bij gebreke van een afzonderlijke wettelijke regeling voor de door de CIE’s van BOD-en aangehouden informantenregisters, deze onder het regime van de Wet bescherming persoonsgegevens worden gevoerd. Het juridisch kader van de Wbp is echter in het geheel niet toegerust voor de bescherming van gegevens die in het informantenregister worden verwerkt. De Wbp kent bijvoorbeeld de informatieplicht, waarop maar voor beperkte tijd en voor beperkte gronden uitzonderingen mogelijk zijn. Als de Wbp onverkort op het informantenregister van de Bijzondere opsporingsdiensten zou worden toegepast, zou dat voor informanten onaanvaardbare risico’s meebrengen. De BOD-en hebben aangegeven dat de verwerking van informantengegevens in het informantenregister plaatsvindt overeenkomstig de vereisten van het modelreglement informantenregister voor de politiekorpsen en de Koninklijke Marechaussee. Het CBP kan zich vinden in de oplossing om een informantenregister onder de Wbp in te richten, met inachtneming van de eisen van het modelreglement informantenregister.

Ook bleek dat controle van de CIE-registers niet door de CIE-Officier van Justitie plaatsvond, maar in strijd met de geldende Instructie door de parketsecretaris.
Het CBP heeft deze aandachtspunten voorgelegd aan de verantwoordelijke ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Bij de in de CIE-registers verwerkte persoonsgegevens gaat het om gevoelige gegevens die voor anderen , onder wie de geregistreerden en de rechter, worden afgeschermd. Naast politie en openbaar ministerie heeft alleen het CBP als toezichthouder op de politieregisters de mogelijkheid van de inhoud van CIE-registers kennis te nemen.
Door zijn vooral inhoudelijk gerichte onderzoek geeft het CBP invulling aan zijn toezichthoudende taak ten aanzien van de politieregisters die door de CIE’s met het oog op de opsporing van zware criminaliteit worden aangehouden.

z2005-00988 en z2005-00989

zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header