De opstellers concluderen dat in Nederland een groot aantal instellingen en organisaties zich bezighoudt met het beschermen van de rechten van de mens, maar dat het ontbreekt aan een duidelijk aanspreekpunt. Daarnaast is er sprake van een gebrekkige coördinatie en integratie van de werkzaamheden op het terrein van de mensenrechten en van lacunes bij het uitvoeren van internationaal voorgeschreven taken.
De opstellers adviseren daarom een Nederlands mensenrechteninstituut in te stellen, dat in ieder geval de volgende taken moet gaan verrichten: loketfunctie, advisering, monitoren, internationale samenwerking en onderwijs, onderzoek, voorlichting en training. Op de overheid rust de plicht zo’n instituut in te stellen. Er moet financieel en anderszins sprake zijn van onafhankelijkheid en van een gepaste publiekrechtelijke – en zo mogelijk (grond)wettelijke – grondslag. Het instituut moet bevoegd zijn zichzelf toegang te verschaffen tot alle benodigde informatie. Het SIM wordt voorgedragen om de functie van Nederlands mensenrechteninstituut te vervullen. Op korte termijn dient een “bouwmeester” te worden aangesteld die de definitieve structuur verder uitwerkt.
Lees ook: