De Nederlandsche Bank heeft sinds vorig jaar het toezicht verscherpt op het naleven van de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) door financiële instellingen. Deze wet verplicht banken nieuwe klanten te identificeren voordat zij een dienst aan hen gaan verlenen. De WID schrijft voor dat er een aantal gegevens van de nieuwe klant en zijn legitimatiebewijs op toegankelijke wijze moeten worden opgeslagen in de administratie van banken (het gaat dan om gegevens als geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, adres en woonplaats van de klant, soort en nummer van het identiteitsbewijs en plaats en datum van uitgifte van het document). Ook van bestaande klanten die nog niet op deze wijze geïdentificeerd zijn, moeten alsnog deze gegevens worden opgevraagd.
De WID verplicht banken niet een kopie of scan te maken van het legitimatiebewijs van hun klanten, maar op grond van de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR) zijn banken verplicht om een afschrift (onder afschrift kan redelijkerwijze ook verstaan worden het maken van een kopie of een scan) van het identiteitsbewijs van hun klanten op te nemen in hun administratie.
Neem voor meer informatie contact op met de eigen bank of financiële instelling, De Nederlandsche Bank of de Nederlandse Vereniging van Banken.
Over de informatieplicht
Mensen hebben het recht te weten wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zijn organisaties en instellingen daarom verplicht mensen te informeren over hun identiteit en over wat zij met hun persoonsgegevens doen. Een organisatie moet bijvoorbeeld laten weten voor welk doel het de persoonsgegevens verzamelt. Ook moet deze organisatie laten weten of het persoonsgegevens doorgeeft aan andere organisaties en waarom. Als een organisatie persoonsgegevens van een andere instantie krijgt, kan de informatieplicht zwaarder wegen dan wanneer het de gegevens rechtstreeks van de betrokken persoon had ontvangen. Een betrokken persoon is er namelijk niet altijd van op de hoogte dat zijn persoonsgegevens doorgegeven zijn aan een andere organisatie.
Zie verder de informatiebladen Informatieplicht (voor organisaties) en op de door het CBP onderhouden website mijnprivacy.nl onder de kop 'Ik heb een vraag over / Mijn vraag gaat over mijn rechten'.
OVER HET CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.