Het CBP heeft op 20 juli j.l. de ministers van Justitie, Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat en de betrokken kamerleden uit de Eerste en Tweede Kamer de opinie toegezonden die het CBP tezamen met de overige Europese privacytoezichthouders, verenigd in de Artikel 29-werkgroep, heeft aangenomen naar aanleiding van de uitspraak van het Hof. De Artikel 29-werkgroep stelt hierin dat het verstrekken van de passagiersgegevens gebaseerd moet zijn op een "push"-systeem, waarbij de luchtvaartmaatschappijen zelf de gegevens aan de VS verstrekken. De gegevens mogen ook alleen maar worden verstrekt en doorgegeven voor exact omschreven doelen. Het niveau van bescherming dat de nieuwe overeenkomst moet bieden, mag volgens de werkgroep in geen geval lager uitvallen dat het huidige. De jaarlijkse evaluatie van de overeenkomst moet net als voor de nu nog geldende, behouden blijven.
De Artikel 29-werkgroep vindt dat de nieuwe internationale overeenkomst niet langer zou moeten lopen dan tot november 2007. Het komend jaar kunnen de vereisten van verschillende landen op het gebied van veilig vliegverkeer nog eens kritisch worden bezien. Het streven is te komen tot een samenhangende oplossing voor vliegveiligheid, waarbij zowel de veiligheid, de privacy als de economische belangen van luchtvaartmaatschappijen zijn gediend.
Over de Artikel 29-werkgroep
De werkgroep ontleent haar naam aan artikel 29 van de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EG. Alle toezichthoudende autoriteiten op het gebied van bescherming van persoonsgegevens van de Europese Unie nemen deel aan deze werkgroep, die een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van Europees beleid. De werkzaamheden van de werkgroep leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van Europese normen en gemeenschappelijke interpretaties en in een aantal gevallen ook aan de privacybewustwording op internationaal niveau. Meer informatie over de Artikel 29-werkgroep.
OVER HET CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.