Ouders niet verplicht hun opleidingsgegevens aan basisschool op te geven 
 

Mededeling, 4 oktober 2006

Op 1 augustus 2006 is een gewijzigde regeling van start gegaan voor de verdeling van extra overheidsgeld om onderwijsachterstanden weg te werken. Voor het bepalen van de achterstand van een leerling wordt het opleidingsniveau van de ouders als doorslaggevend criterium gezien. Het CBP is afgelopen juli benaderd door ouders die uit de informatie die zij van scholen hadden ontvangen, begrepen dat zij verplicht waren aan de betreffende school hun opleidingsgegevens te verstrekken. Deze verplichting bestaat echter niet.

Het CBP heeft de minister van Onderwijs, cultuur en wetenschap (OCW) geadviseerd, niet alleen via de Cfi-website van het ministerie, maar ook via andere beschikbare kanalen schoolbesturen en directies van basisscholen op de hoogte te stellen van het feit dat er geen sprake is van een plicht van ouders. De school moet de noodzaak van het gebruik van de opleidingsgegevens van de ouders aangeven. Het is vervolgens aan de ouders om te beslissen of zij daarin voldoende reden zien om de gewenste gegevens te verstrekken.

De minister van OCW heeft het CBP bericht dat zij deze aanbevelingen overneemt. De tekst van de ouderverklaring is vernieuwd. Daarin staat duidelijk aangegeven dat ouders niet verplicht zijn deze in te vullen. Ook de aanbeveling van het CBP om in de voorbeeldouderverklaring duidelijk te vermelden dat ouders die een opleiding hebben genoten die niet meetelt voor de gewichtenregeling, hun opleidingsgegevens in elk geval niet hoeven te verstrekken, is opgevolgd. Gebruik van deze gegevens door de school is niet noodzakelijk voor het doel van de gewichtenregeling en dus niet in overeenstemming met de wet.

De minister meldt tevens dat zij ook de aanbeveling van het CBP overneemt om de tekst over de nieuwe gewichtenregeling in een eventuele volgende druk van de Cfi-voorlichtingsbrochure hierover aan te passen. Ook zal de informatieverschaffing over de nieuwe ouderverklaring via andere kanalen, zoals overleg met organisaties uit het veld, extra aandacht krijgen.  

OVER HET CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.