Gegevensverwerking Antilliaanse risicojongeren 
 

Mededeling, 20 december 2006

Onder strikte voorwaarden staat het CBP een pilot van twee jaar toe waarin persoonsgegevens van Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren worden verwerkt ten behoeve van intergemeentelijke informatie-uitwisseling.

De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie heeft mede namens de burgemeesters van 21 zogenoemde Antillianengemeenten het CBP verzocht ontheffing te verlenen voor het verwerken van persoonsgegevens op basis van etniciteit in de “Verwijsindex Antillianen” (VIA) en de daarmee samenhangende gemeentelijke casusoverleggen. De VIA is – vooruitlopend op een algemene verwijsindex risicojongeren of andere wetgeving - een pilot voor intergemeentelijke informatie-uitwisseling ten behoeve van een persoonsgerichte benadering van specifieke doelgroepen. Het CBP is van oordeel dat door de minister de noodzaak van de gegevensverwerking in de VIA en in de gemeentelijke casusoverleggen is aangetoond en dat zij zorg heeft gedragen voor passende waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De ontheffing is onder vijf voorwaarden en voor de duur van twee jaar verleend.

Met als doel voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en criminaliteit onder vaak niet bij gemeenten ingeschreven Antilliaanse probleemjongeren van twaalf tot en met vierentwintig jaar terug te dringen, zijn tussen de minister en de 21 gemeenten afspraken gemaakt. De VIA komt uit deze afspraken voort. De index zal verwijzingen – ‘buitenkantinformatie’ - bevatten over bekendheid van de betrokken jongeren bij onder meer politie, OM en GGD/GGZ. De gegevens zijn afkomstig van deze instanties en van de gemeentelijke casusoverleggen. Voor de inrichting en uitwerking van deze overleggen zijn modellen opgesteld, waaraan de gemeenten zich schriftelijk dienen te committeren. Het CBP zal de naleving van de gemaakte afspraken controleren.

OVER HET CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.