Dataminimalisatie bij heffing kilometerprijs 
 

Mededeling, 31 januari 2008

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) is van oordeel dat de zogeheten ‘dikke’ voertuigapparatuur vanuit het oogpunt van een adequate bescherming van persoonsgegevens de meest aanvaardbare variant van de heffing van kilometerprijs is. Met dit systeem kan immers worden bereikt dat alléén die persoonsgegevens worden verwerkt die strikt noodzakelijk zijn voor het in rekening kunnen brengen van de kilometerprijs. Informatie over tijdstip en afgelegd traject (de verplaatsingsgegevens) blijven immers in dit systeem in een kastje in de auto en komen niet terecht bij de heffende instantie. Het is vervolgens aan de gebruiker/kentekenhouder om te bepalen of hij persoonsgegevens voor andere, buiten de kilometerheffing, gelegen doeleinden ter beschikking wil stellen.

De Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft het CBP, vanuit zijn expertise op het gebied van privacy, verzocht om tijdens openbare hoorzitting 'Anders Betalen voor Mobiliteit' op 31 januari 2008 zijn visie te geven op het systeem van kilometerheffing. In de bijlage vindt u de schriftelijke inbreng van het CBP ten behoeve van deze hoorzitting.

Het Kabinet heeft eind 2007 het beleidsprogramma inzake Anders Betalen voor Mobiliteit (kilometerprijs) aan de Tweede Kamer gestuurd. Met het beleidsprogramma is, aldus het Kabinet, een ‘onomkeerbare en betekenisvolle stap’ aangekondigd op weg naar een eerlijker systeem van betalen voor mobiliteit, waarin automobilisten niet langer betalen voor het bezit van een auto, maar voor het gebruik.