Toepassing Schengen-signaleringen in lidstaten loopt uiteen
  Onderzoek Gemeenschappelijke Controleautoriteit afgerond 
 

Rapport, 20 maart 2008

Op grond van artikel 99 van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst kunnen personen worden gesignaleerd ter gerichte of ter onopvallende controle. Dat is mogelijk met het oog op het beletten van strafbare feiten en ter voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid in twee strikt omschreven categorieën van betrokkenheid bij het plegen van bijzonder ernstige misdrijven. De Gemeenschappelijke controleautoriteit (GCA) van het Schengen Informatiesysteem constateert in een onlangs afgerond onderzoek dat er tussen de lidstaten grote verschillen bestaan over de definitie van een bijzonder ernstig misdrijf en over de procedures die worden gevolgd voor een artikel 99-signalering en doet aanbevelingen om deze problemen te verhelpen. Het CBP, dat in het GCA is vertegenwoordigd en in Nederland toezichthouder is op de verwerking van persoonsgegevens in het nationale deel van het Schengen Informatiesysteem, heeft in Nederland het onderzoek uitgevoerd. Het eindrapport is aan de verantwoordelijke ministers gezonden.

 

De verschillen in nationale interpretatie van wat ‘een bijzonder ernstig misdrijf’ is en de nationale zienswijze op de vervolging van misdrijven en het gebruik van pro-actieve opsporingsmethoden vormen volgens het rapport de meest kritische factor voor het gebruik van een artikel 99-signalering. Dit zou een verklaring kunnen vormen voor verschillen in de aantallen signaleringen per land. Een punt van zorg vormt volgens de GCA ook de gebruikte procedure in de Schengen-staten voor het invoeren van een artikel 99-signalering en dan met name de verscheidenheid daarin. Soms zijn de nationaal toepasselijke regels niet duidelijk, is niet helder wie de verantwoordelijke autoriteit is of wordt de toepassing van deze signaleringsgrond door nationale veiligheidsdiensten niet volgens de voorschriften uitgevoerd.

Het rapport doet een aantal aanbevelingen. Onder meer zouden de voor de artikel 99-signaleringen verantwoordelijke autoriteiten formele en beschreven procedures dienen te ontwikkelen om de juistheid, actualiteit en rechtmatigheid van de gegevens die tot de signaleringen leiden te garanderen. Voorts zou er een duidelijke definitie moeten komen van de categorie misdrijven die tot een artikel 99-signalering kunnen leiden, bij voorkeur in Europees verband. De signaleringen en de gegevens die daarvoor worden gebruikt moeten beide regelmatig worden gecheckt.
De aanbevelingen sluiten aan op de bevindingen van het CBP in het Nederlandse onderzoek.

z2008-0364/z2006-0777