De Europese toezichthouders erkennen het belang van goede samenwerking bij het vinden van oplossingen in de strijd tegen ernstige criminaliteit en terrorisme, schrijft de voorzitter van de Working Party on Police and Justice van de Europese privacytoezichthouders. Hij wijst erop dat er in EU-verband al vele initiatieven zijn ontplooid voor de uitwisseling tussen lidstaten van gegevens ten behoeve van opsporing van strafbare feiten. Deze afspraken zijn gebaseerd op een gemeenschappelijk niveau van bescherming van fundamentele rechten, waaronder privacy en de bescherming van persoonsgegevens.
De Working Party signaleert er niet zeker van te zijn dat aan dit gemeenschappelijk niveau van bescherming wordt vastgehouden bij het maken van afspraken over toegang tot en uitwisseling van data tussen afzonderlijke lidstaten van de Unie en derde landen, waaronder de Verenigde Staten. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk Europees raamwerk voor het sluiten van dergelijke overeenkomsten zou dit kunnen leiden tot verschillen in de behandeling van de persoonsgegevens van alle individuen van wie de gegevens al binnen de EU beschikbaar zijn. De Working Party dringt er bij de Europese Commissie en de Europese Raad op aan zich over dit probleem te buigen, waarbij het behalve om de bescherming van persoonsgegevens ook gaat om operationele aspecten.
Het College bescherming persoonsgegevens heeft de brief van de Working Party onder de aandacht gebracht van de minister van Justitie.
z2008-00529