Bescherming van persoonsgegevens van kinderen
Opinie van de Artikel 29-werkgroep
Paginaintro
Mededeling, 11 februari 2009
Als de samenleving een werkelijke cultuur van bescherming van persoonsgegevens nastreeft als onderdeel van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, moeten wij beginnen met kinderen. Niet alleen omdat kinderen bescherming nodig hebben, of omdat zij recht hebben op die bescherming, maar ook omdat zij zich bewust moeten worden van hun plicht om de persoonsgegevens van anderen te respecteren. Bij het nastreven van deze doelen spelen scholen een sleutelrol. Kinderen en leerlingen moeten worden opgevoed om autonome burgers te worden in de informatiesamenleving.
De Artikel 29-werkgroep van Europese Privacytoezichthouders heeft op 11 februari 2009 een Opinie aangenomen die deze uitgangspunten vertaalt in algemene aanbevelingen, in het bijzonder gericht op scholen.
Paginainhoud
Het doel van het document is een analyse te geven van de algemene beginselen met betrekking tot de bescherming van de persoonsgegevens van kinderen en om een handleiding te verschaffen aan degenen die op dit terrein werkzaam zijn. De Opinie moet gelezen worden in de context van het bredere initiatief van de Europese Commissie om te komen tot een strategie van de Europese Unie met betrekking tot de rechten van kinderen.
De Opinie geeft eerst een overzicht van de fundamentele beginselen die zien op de speciale positie van kinderen, te beginnen met het belang van het kind. Vervolgens wordt ingegaan op de vereisten voor de bescherming van de persoonsgegevens van kinderen. De twee Europese Richtlijnen op het gebied van de gegevensbescherming zijn weliswaar van toepassing op alle natuurlijke personen, maar bevatten geen bepalingen die zich specifiek op kinderen richten of rekening houden met problemen die gerelateerd zijn aan kinderen. Hierbij kan men denken aan de wisselende mate van individuele rijpheid van kinderen bij het vaststellen van de leeftijd waarop zij zelf kunnen bepalen wat er met hun persoonsgegevens gebeurt. In de tweede plaats kan men denken aan de mate waarin wettelijke vertegenwoordigers het recht hebben minderjarigen te vertegenwoordigen in die gevallen waarin het schadelijk zou zijn de persoonsgegevens van kinderen prijs te geven.
De Opinie gaat nader in op de wijze waarop de bestaande richtlijnen op kinderen kunnen worden toegepast. Tot slot wordt geïllustreerd hoe de beschreven beginselen toegespitst kunnen worden op de situatie op en rond school.