Het Alijda-project is een structureel samenwerkingsverband van de gemeente Rotterdam, het Openbaar Ministerie, de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, de Belastingdienst en de FIOD-ECD om malafide huiseigenaren en verhuurders aan te pakken. De Alijda-partners houden een lijst bij met namen van huiseigenaren en verhuurders die overlast veroorzaken of worden verdacht van illegale praktijken.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in haar uitspraak van 4 juli 2007 geoordeeld dat de verwerking van persoonsgegevens in de Alijda-lijst plaatsvond in strijd met de Wbp. Het doel van het onderzoek van het CBP was om te beoordelen of deze onrechtmatige situatie zoals vastgesteld door de ABRvS, inmiddels is opgeheven. Ook heeft het CBP onderzocht of de aangepaste verwerking van de persoonsgegevens voor het overige in overeenstemming is met de Wbp.
In het computerbestand van het secretariaat Stuurgroep Alijda-project zijn persoonsgegevens ook na de uitspraak van de ABRvS bewaard gebleven, aldus de Hoofdofficier van Justitie. Daardoor hebben de Alijda-partners in strijd met de wet gehandeld nu het opnemen van de gegevens in de lijst onrechtmatig heeft plaatsgevonden en deze gegevens kennelijk niet zijn verwijderd. De bewaarde gegevens mochten dan ook niet worden opgenomen in de Alijda-lijst die is gebaseerd op het nieuwe samenwerkingsconvenant en de bijbehorende privacyregeling, oordeelt het CBP.
Het CBP heeft voorts geconcludeerd dat de aan het CBP voorgelegde nieuwe werkwijze in lijn is met de opmerkingen die het CBP daarover in zijn voorlopige bevindingen heeft gemaakt. Indien deze werkwijze wordt gevolgd bij de verwerking van persoonsgegevens in de Alijda-lijst, is deze in overeenstemming met de Wbp.
z2008-00775