Aanwijzing Opsporingsberichtgeving 
CBP adviseert Openbaar Ministerie over aanpassing 

Mededeling, 9 april 2009

Om gezochte personen te traceren wil het Openbaar Ministerie (OM) eerder en ruimer opsporingsberichtgeving inzetten. Een nieuwe mediavorm daarbij is het plaatsen van een lijst met dringend gezochte personen op internet, zoals de site ‘overvallers gezocht.nl’. De ruimere opsporingsberichtgeving wordt geregeld in een door het OM opgestelde Aanwijzing, waarvan een concept aan het CBP ter advisering is voorgelegd. Het CBP heeft kritisch gereageerd. De impact van het gebruik van internet voor betrokkenen is bijzonder groot: zo’n opsporingsbericht verdwijnt nooit van het world wide web. Het CBP adviseerde in de Aanwijzing extra waarborgen op te nemen voor de bescherming van persoonsgegevens. Dit geldt zowel voor de verspreiding van een bericht via internet als bij verspreiding door middel van de telefoon.

Het gebruik van internet voor de opsporing heeft behalve voordelen ook nadelen. Het medium leidt ertoe dat bijzondere persoonsgegevens bekend worden voor een aanzienlijke, zelfs internationale, groep burgers. De gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen is groot. De digitalisering van de berichtgeving maakt de verspreiding en de bewerking van de berichten voor iedereen mogelijk waardoor de verspreiding van informatie een vrije en moeilijk beheersbare vlucht neemt.
Het CBP heeft het OM geadviseerd de volgende waarborgen met betrekking tot opsporing via internet op te nemen:
-afscherming voor zoekmachines/archief;
-spoedig herstel van fouten en
-opname van een evaluatiebepaling.

Wat betreft het gebruik van telefonie als opsporingsmiddel stelt het CBP dat dit evenmin zonder meer mogelijk is. In elke zaak zal het OM opnieuw een belangenafweging moeten maken waarbij niet alleen het maatschappelijk belang wordt betrokken maar ook de belangen van de verdachte, andere betrokkenen, de toegebrachte schade alsmede de (on)bekendheid van de identiteit van de verdachte. Daarnaast moet worden bezien of de inzet van dit middel wel proportioneel is en of de informatie niet ook op een andere manier kan worden verkregen. Bovendien kan het middel alleen worden gebruikt om ernstige feiten op te sporen en dient overeenkomstig de vordering te worden gewerkt.

De nieuwe Aanwijzing Opsporingsberichtgeving is sinds 16 maart 2009 van kracht. De opmerkingen van het CBP die in een brief van 15 december 2008 aan het College van procureurs-generaal waren verwoord, hebben ertoe geleid dat de Aanwijzing duidelijker is geworden en meer informatie bevat dan de concept-versie. Opgenomen zijn het wettelijk kader, het spoedig herstel van fouten en de verantwoordelijkheid voor de berichtgeving, waarbij het feitelijk bereik, niet het beoogd bereik in de belangenafweging wordt betrokken. Ten aanzien van de beveiliging en andere aspecten van de berichtgeving via internet worden evenwel nog onvoldoende concrete maatregelen aangedragen. Het OM heeft aangegeven in de loop van april 2009 hierover met het CBP van gedachten te willen wisselen.

Z2008-01395

zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header