Het gebruik van internet voor de opsporing heeft behalve voordelen ook nadelen. Het medium leidt ertoe dat bijzondere persoonsgegevens bekend worden voor een aanzienlijke, zelfs internationale, groep burgers. De gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen is groot. De digitalisering van de berichtgeving maakt de verspreiding en de bewerking van de berichten voor iedereen mogelijk waardoor de verspreiding van informatie een vrije en moeilijk beheersbare vlucht neemt.
Het CBP heeft het OM geadviseerd de volgende waarborgen met betrekking tot opsporing via internet op te nemen:
-afscherming voor zoekmachines/archief;
-spoedig herstel van fouten en
-opname van een evaluatiebepaling.
Wat betreft het gebruik van telefonie als opsporingsmiddel stelt het CBP dat dit evenmin zonder meer mogelijk is. In elke zaak zal het OM opnieuw een belangenafweging moeten maken waarbij niet alleen het maatschappelijk belang wordt betrokken maar ook de belangen van de verdachte, andere betrokkenen, de toegebrachte schade alsmede de (on)bekendheid van de identiteit van de verdachte. Daarnaast moet worden bezien of de inzet van dit middel wel proportioneel is en of de informatie niet ook op een andere manier kan worden verkregen. Bovendien kan het middel alleen worden gebruikt om ernstige feiten op te sporen en dient overeenkomstig de vordering te worden gewerkt.
De nieuwe Aanwijzing Opsporingsberichtgeving is sinds 16 maart 2009 van kracht. De opmerkingen van het CBP die in een brief van 15 december 2008 aan het College van procureurs-generaal waren verwoord, hebben ertoe geleid dat de Aanwijzing duidelijker is geworden en meer informatie bevat dan de concept-versie. Opgenomen zijn het wettelijk kader, het spoedig herstel van fouten en de verantwoordelijkheid voor de berichtgeving, waarbij het feitelijk bereik, niet het beoogd bereik in de belangenafweging wordt betrokken. Ten aanzien van de beveiliging en andere aspecten van de berichtgeving via internet worden evenwel nog onvoldoende concrete maatregelen aangedragen. Het OM heeft aangegeven in de loop van april 2009 hierover met het CBP van gedachten te willen wisselen.
Z2008-01395