Verantwoordelijken die onder de Europese privacywetgeving vallen, kunnen een verzoek krijgen persoonsgegevens te verstrekken naar andere landen voor gebruik in een civiele procedure. Het werkdocument beschrijft de verschillen in procesrecht en het verzamelen van bewijs in (voor)procedures tussen zogenaamde ‘civil law’ stelsels en ‘common law’ stelsels zoals dat van de Verenigde Staten van Amerika. Het werkdocument geeft vervolgens richtlijnen voor verantwoordelijken die proberen de eisen van de Europese privacyrichtlijn te verenigen met de procesrechtelijke eisen van buitenlandse rechtsstelsels.
De richtlijnen hebben onder andere betrekking op bewaartermijnen, grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens, proportionaliteit, transparantie, beveiliging en de rechten op inzage, verwijdering en correctie.
Over de Artikel 29-werkgroep
De werkgroep ontleent haar naam aan artikel 29 van de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EG. Alle toezichthoudende autoriteiten op het gebied van bescherming van persoonsgegevens van de Europese Unie, waaronder het College bescherming persoonsgegevens, nemen deel aan deze werkgroep, die een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van Europees beleid. De werkzaamheden van de werkgroep leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van Europese normen en gemeenschappelijke interpretaties en in een aantal gevallen ook aan de privacybewustwording op internationaal niveau. Meer informatie over de Artikel 29-werkgroep is te vinden op haar website.