Schengen Informatiesysteem
CBP dringt nogmaals aan op aanpassing van de werkwijze voor signaleringen
Mededeling, 18 september 2009
Als toezichthouder op het nationale deel van het Schengen Informatie Systeem (SIS) heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) de in Nederland verantwoordelijke bewindslieden in maart 2008 gewezen op de tekortkomingen in de toepassing van het systeem en aangedrongen op maatregelen. De ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben laten weten geen maatregelen te nemen om de werkwijze te veranderen, in afwachting van het nieuwe SIS II. De invoering van dat nieuwe systeem is echter op de lange baan geschoven. In het kader van terrorismebestrijding wordt over steeds meer mensen steeds meer informatie verzameld, terwijl de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van die informatie voor het beoogde doel twijfelachtig wordt. Voor mensen die het betreft kunnen de gevolgen van onjuiste gegevensverwerking groot zijn. Zij kunnen in het hele Schengengebied geconfronteerd worden met maatregelen van onderzoek, oponthoud bij de grens of aanhouding. Het CBP heeft de ministers er nogmaals met klem op gewezen dat het nu echt nodig is om op korte termijn de geconstateerde tekortkomingen op te heffen.
Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst kunnen personen worden gesignaleerd ter gerichte of onopvallende controle. Dat is mogelijk om strafbare feiten te beletten en ter voorkoming van gevaar voor de openbare veiligheid in twee strikt omschreven categorieën van betrokkenheid bij het plegen van bijzonder ernstige misdrijven. Zowel voor een effectieve opsporing en vervolging als voor de personen die worden gesignaleerd is het van het grootste belang dat de SIS-gegevens juist, volledig, actueel en rechtmatig zijn. Gezien het feit dat het gaat om essentiële waarborgen dringt het CBP er met klem op aan dat een drietal tijdens het nationale onderzoek gebleken knelpunten met voorrang wordt opgelost.
z2008-00364