Artikel 97 heeft betrekking op de signalering van vermiste personen, zowel minderjarigen als meerderjarigen, en van personen die ter bescherming van zichzelf of ter voorkoming van gevaar moeten worden opgespoord. Artikel 98 betreft de signalering van getuigen of andere personen op verzoek van de bevoegde justitiële autoriteiten ter mededeling van hun woon- of verblijfplaats. Van beide vormen van signalering lopen de aantallen gesignaleerde personen per lidstaat sterk uiteen, maar het onderzoek heeft hiervoor geen duidelijke oorzaak gevonden. Wel blijkt uit het onderzoek dat de nationale voorwaarden en de praktijk in de verschillende lidstaten bij de toepassing van deze signaleringen grote verschillen vertonen.
De belangrijkste aanbevelingen naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek hebben betrekking op het bevorderen van een eenvormige toepassing door de lidstaten en van duidelijke procedures in de lidstaten, zeker wanneer meerdere autoriteiten bij de signalering betrokken zijn. Specifiek voor artikel 97 wordt aanbevolen een termijnbewakingsmechanisme in te passen voor het moment dat een vermiste minderjarige meerderjarig wordt en voorts dat de toestemming die een opgespoorde meerderjarige vermiste persoon moet geven om diens verblijfplaats te kunnen meedelen, schriftelijk moet blijken. Voor artikel 98 wordt er specifiek op gewezen dat een betere naleving van bewaartermijnen en toetsingsvoorschriften nodig is.
z2008-00936