DNA-onderzoek in strafzaken 
CBP adviseert over ontwerp-Besluit 

Wetgevingsadvies, 18 februari 2010

Het gebruik van DNA-onderzoek in strafzaken wordt verruimd. Voor de vaststelling van de identiteit van de verdachte wordt een nieuw type DNA-onderzoek geïntroduceerd, het zogeheten DNA-verwantschapsonderzoek. Tevens regelt de nieuwe wet dat DNA-onderzoek kan worden gedaan aan de hand van celmateriaal van vermiste personen of hun familieleden en dat de daaruit verkregen DNA-profielen kunnen worden opgeslagen in de DNA-databank voor strafzaken. De minister van Justitie heeft het CBP om advies gevraagd over  het ontwerpbesluit dat is opgesteld ter uitwerking van de wet. Het CBP heeft de minister geadviseerd om het ontwerpbesluit op enkele punten aan te passen.

De in het ontwerpbesluit voorgestelde wijzigingen betreffen onder meer een uitbreiding van de groep personen van wie het DNA-profiel in de DNA-Databank voor strafzaken opgenomen mag worden en de regels voor het vergelijken van DNA-profielen. Het CBP merkt op dat in het ontwerpbesluit, naast de bestaande toestemming van niet-verdachten om celmateriaal af te nemen voor het verrichten van een klassiek DNA-onderzoek, een aparte bepaling ontbreekt inzake de toestemming van niet-verdachten voor het mogen gebruiken van hun celmateriaal voor DNA-verwantschapsonderzoek. Dat is immers alleen voor dat doel afgestaan als zij daarmee schriftelijk hebben ingestemd. Ook ontbreekt een bepaling over het informeren van de betrokkene over de consequenties van het geven van toestemming voor medewerking aan een DNA-verwantschapsonderzoek. Tevens ontbreken bepalingen over vernietiging van celmateriaal van familieleden.

Wat betreft het inzetten van DNA-onderzoek in vermissingszaken constateert het CBP dat ten onrechte in het ontwerpbesluit staat dat de DNA-profielen van vermiste personen of hun familieleden mogen worden vergeleken met de DNA-profielen van verdachten en veroordeelden. Ook ontbreekt een bepaling over de vernietiging van het celmateriaal en de bijbehorende DNA-profielen van vermisten of hun familieleden in het geval er geen sprake meer is van vermissing. 
 
Het CBP adviseert de minister het ontwerpbesluit aan te passen op deze en een aantal andere onderdelen.

z2009-01307

zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header