Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen goedgekeurd
 

Mededeling, 26 april 2010

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen van de Nederlandse Vereniging van Banken en het Verbond van Verzekeraars tot het afgeven van een verklaring in de zin van artikel 25, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) met betrekking tot de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen. Bij besluit van 13 april 2010 heeft het CBP besloten te verklaren dat de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, gelet op de bijzondere kenmerken van de sector, een juiste uitwerking vormt van de Wet bescherming persoonsgegevens en andere wettelijke bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens. De verklaring heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
Terinzagelegging van de stukken
Het besluit en de op het besluit betrekking hebbende stukken, waaronder de Gedragscode en het schriftelijk verzoek aan het CBP om een verklaring af te geven, liggen tot zes weken na publicatie in de Staatscourant van 26 april 2010, maandag tot en met vrijdag tussen 10.00 en 16.00 uur, ter inzage bij het CBP, Juliana van Stolberglaan 4-10 te Den Haag. U dient hiervoor een afspraak te maken. Telefoonnummer CBP: 070 – 888 8500.

Een belanghebbende kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen dit besluit beroep instellen bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Een afschrift van dit besluit moet worden bijgevoegd. De termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44 van de Awb ter inzage is gelegd.

Bij het indienen van beroep is voorts het volgende van belang. Artikel 6:13 van de Awb bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld bij de rechter door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze (als bedoeld in artikel 3:15 Awb) naar voren heeft gebracht. Alleen een belanghebbende die een zienswijze heeft ingediend, kan beroep instellen en dan nog uitsluitend voor zover het onderdelen van het besluit betreft waartegen zijn zienswijze zich richtte. Die beperking geldt niet voor zover in het definitieve besluit wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerpbesluit.

 

zoek
Ik wil snel naarSnel naar
header