Met webcookies, kleine tekstbestandjes die door bedrijven op computers worden geplaatst, kan het zoek- en klikgedrag van internetgebruikers over meerdere websites worden gevolgd. Met die informatie kunnen bedrijven vervolgens gericht adverteren. Cookies kunnen heimelijk, althans zonder de consument te informeren, laat staan om toestemming te vragen, op computers worden geplaatst. De bedrijven die cookies plaatsen voor advertentiedoeleinden hebben ondanks een wettelijke plicht daartoe tot nu toe collectief verzuimd om mensen daarover te informeren. Bovendien hebben de drie belangrijkste browsers, van Microsoft, Mozilla en Google, als standaardinstelling dat ze alle cookies automatisch accepteren. Als de consument niet wil dat zijn surfgedrag wordt gevolgd, moet hij ingewikkelde handelingen verrichten om de instellingen van zijn browsers te veranderen, en dan nog kan hij niet alle cookies tegenhouden.
Het CBP schrijft dat dit een schrijnend probleem is in termen van schending van privacyrechten van gebruikers en van consumentenbescherming. ‘In welke andere sector bestaat een situatie waarin er maar drie fabrikanten zijn die dezelfde ongunstige standaardinstelling hanteren, zonder mensen hierover te informeren? Sterker nog, een situatie waarin deze fabrikanten weten dat een overgrote meerderheid van de klanten niet stiekem gevolgd wil worden?’
Consumenten zijn in het geweer gekomen tegen het gebruik van cookies die technisch gezien niet noodzakelijk zijn en die geen ander doel hebben dan het volgen van surfgedrag. Als reactie daarop is een nieuwe EU-richtlijn opgesteld, die consumenten meer zeggenschap geeft over het accepteren of weigeren van cookies. Om de richtlijn in Nederland in te voeren is een wijziging nodig van de Telecommunicatiewet. Het oorspronkelijke wetsvoorstel, waarover het CBP de toenmalig minister van Economische Zaken vorig jaar adviseerde, bevatte de eis van ondubbelzinnige toestemming. Naar aanleiding van reacties uit de markt is het woord ‘ondubbelzinnig’ echter geschrapt.
De voorzitter van het CBP Jacob Kohnstamm, tevens voorzitter van het samenwerkingsverband van Europese privacytoezichthouders, wijst de Tweede Kamer er op dat voorkomen moet worden dat er nu een situatie ontstaat waarin de Europese toezichthouders handhavend optreden op basis van het criterium ondubbelzinnige toestemming, terwijl de betrokken bedrijven menen te kunnen volstaan met opt-outconstructies en een gemeenschappelijk icoontje als invulling van de informatieplicht. Vandaar het dringende verzoek aan de Kamer om het oorspronkelijke wetsvoorstel in ere te herstellen, zodat consumenten op basis van begrijpelijke informatie over welbepaalde doelen een vrije en geïnformeerde keuze kunnen maken om tracking cookies wel of niet te accepteren, ook op mobiele apparatuur.