Zwarte lijst BOVAG 
CBP verklaart uitbreiding gegevensverwerking in waarschuwingsregister rechtmatig 

Mededeling, 8 februari 2012

De leden van BOVAG Verhuurbedrijven worden regelmatig geconfronteerd met onwenselijke (criminele) gedragingen van autohuurders. Om deze voertuigcriminaliteit effectief tegen te gaan, heeft BOVAG de bestaande zwarte lijst van de brancheorganisatie uitgebreid met een module waar ook BOVAG-leden die auto’s verhuren gebruik van kunnen maken. Naar het oordeel van het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft de BOVAG voldoende gerechtvaardigd belang voor de verwerking van persoonsgegevens die met de uitbreiding samenhangt. Het besluit waarmee het CBP de gegevensverwerking gerechtvaardigd verklaart, is gepubliceerd in Staatscourant nr. 1255 van 24 januari 2012 en op de website van het CBP.

Voertuigenverhuurders hebben last van criminele of hinderlijke activiteiten van huurders van onder meer auto’s en motoren. Om zicht te hebben op deze groep mensen, is in 2009 een waarschuwingssysteem ELENA (zwarte lijst) in het leven geroepen. Deze verwerking van persoonsgegevens is op 2 september 2009 door het CBP rechtmatig verklaard (z2009-00294). De huidige uitbreiding (bekend onder zaaknummer z2010-01372) betreft het maken van een kopie van het identiteitsbewijs van de huurder. Deze uitbreiding is opgenomen met als doel verbetering van het opsporen en vervolgen van verduistering van huurauto’s. Binnen de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit zijn hierover tussen de deelnemers – waaronder BOVAG en het openbaar ministerie – afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn neergelegd in een circulaire van 11 februari 2009 (van kracht per 1 mei 2009), die is vastgesteld in de Board Opsporing van de Raad van Hoofdcommissarissen. Het CBP heeft deze verwerking van persoonsgegevens onderzocht en heeft op 16 januari 2011 verklaard de door BOVAG beschreven verwerking rechtmatig te achten. Het ontwerpbesluit is thans omgezet in een definitief besluit.

Beroep tegen CBP-besluit
Op het voorafgaand onderzoek is de ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’ van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt onder meer in dat de zakelijke inhoud van het besluit in de Staatscourant wordt gepubliceerd en gedurende zes weken ter inzage zal worden gelegd bij het CBP ingevolge artikel 3:11 Awb.

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit om de beschreven verwerking rechtmatig te verklaren beroep instellen tegen dit besluit bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. Het indienen van een beroepschrift schort de werking van dit besluit niet op. Indien onverwijlde spoed – gelet op de betrokken belangen – dat vereist, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header