Jacob Kohnstamm (voorzitter CBP): “De Rotterdamse politie en het Openbaar Ministerie zal worden gevraagd welke overwegingen hebben geleid tot deze publicatie en of daarbij binnen de wettelijke kaders is gebleven, waaronder de Wet bescherming persoonsgegevens.”
De publicatie van foto’s van een tweede categorie van verdachten op 30 augustus 2005 op de website van de politie Rotterdam Rijnmond onderstreept het belang van een toetsing van de rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Gezien de mogelijk verstrekkende en langdurige gevolgen die verspreiding van hun foto via internet voor individuen kan hebben, dient dit opsporingsmiddel met grote zorgvuldigheid te worden ingezet. De te verwachten precedentwerking van het Rotterdamse initiatief en nu ook de verbreding ervan maken een toetsing nodig van de afwegingen rond het inzetten van internetpublicatie als opsporingsmiddel. Ook het massaal opvragen van verkeersgegevens van mobiele telefoons (circa 17.000 mobiele nummers) om via SMS de gebruikers te kunnen oproepen de politiewebsite te bezoeken, behoeft een nadere toelichting.
De Aanwijzing Opsporingsberichtgeving van het Openbaar Ministerie stelt: “Omdat opsporingsberichtgeving de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen raakt, dient het OM het belang van opsporing en vervolging af te wegen tegen de belangen van privacy van het slachtoffer, de belangen van eventuele getuigen en van verdachten en de belangen van de samenleving.” De onderzoeksvragen betreffen onder meer de aard en ernst van de incidenten, de overige middelen en wegen die de politie ter beschikking stonden en de afweging van het publieke belang en het belang van de individuele verdachte personen. Het opvragen van de mobiele nummers zal eveneens in het onderzoek betrokken worden.
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen, waaronder de Wet politieregisters. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.