Zorgen om terrorisme, onveiligheid en maatschappelijke misstanden hebben vele bestuurders, politici, belangenbehartigers en opinieleiders er ten onrechte toe verleid de bescherming van persoonsgegevens als zondebok of als obstakel aan te wijzen. In dit klimaat wordt de bescherming van persoonsgegevens ook opzij geschoven als concrete belangen van consumenten, ouders of patiënten aan de orde zijn. De tendens bestaat om er niet langer van uit te gaan dat deelnemers aan het maatschappelijke verkeer te vertrouwen zijn. In vrijwel alle dagelijkse situaties – reizen, dierentuin- of zwembadbezoek, winkelen en werken – wordt gestreefd naar permanent toezicht of identiteitscontroles met middelen die vroeger alleen werden ingezet als staats- of bedrijfsgeheimen op het spel stonden. In een vroeg stadium worden bevoegdheden en middelen gebruikt die voorheen pas bij concrete repressie werden ingezet. Bij fraudebestrijding lijkt het beroep op een sociale voorziening voldoende grond geworden om opsporingsgerichte activiteiten zoals bestandskoppelingen in gang te zetten. Nieuwe technologische toepassingen maken dit mogelijk en bepalen ogenschijnlijk de grenzen van wat mag.
“Wezenlijk is de noodzaak van én controle én vertrouwen”
Het CBP heeft in 2005 niet in alle kwesties zijn aandeel ten volle kunnen nemen. De beleidsverschuiving naar meer onderzoek en handhaving kon slechts beperkt worden gerealiseerd. Meer dan voorheen heeft het CBP bewust geïnvesteerd in contact en overleg met maatschappelijke partijen. Op enkele grote dossiers is getracht te doen wat gezien de inherente risico’s voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer gedaan moest worden:
- Zorgstelsel: veel aandacht is besteed aan de vernieuwing van het zorgstelsel. In nauw overleg met de zorgverzekeraars en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is getracht de vertrouwelijkheid tussen patiënt en zorgverlener te beschermen.
- Terrorismebestrijding en veiligheid: met de andere Europese privacytoezichthouders is gewerkt aan een betere inrichting van de Europese samenwerking van politie en justitie (o.a. Schengen-informatiesysteem en Europol) en de ontwikkeling van een Europees normenkader voor deze samenwerking en het toezichtdaarop.
- Bewaren telecommunicatiegegevens: het CBP heeft zich met anderen krachtig maar zonder succes verzet tegen de introductie van een algemene bewaarplicht voor de zogenaamde verkeersgegevens van de telecommunicatie van alle 450 miljoen Europese burgers.
- Fraudebestrijding in de sociale zekerheid: het CBP heeft een kader ontwikkeld voor de bestrijding van uitkeringsfraude met name door bestandskoppelingen.
- Burgerservicenummer: bij herhaling heeft het CBP in het parlement brede steun gevonden voor zijn kritiek op de inrichting van het burgerservicenummer ten behoeve van de nieuwe informatie-infrastructuur van de overheid. Belangrijk punt in deze kritiek is het ontbreken van een krachtige ombudsfunctie voor de burger in geval van administratieve ongelukken. Het hebben van één persoonsnummer voor alle levensterreinen waarop de burger met de overheid (en vele bedrijven) te maken heeft, leidt er in de nieuwe informatie-infrastructuur van de overheid toe dat de burger van het kastje naar de muur wordt gestuurd als onjuiste gegevens via het burgerservicenummer hergebruikt worden.
- Informatieplicht: onderzoek naar de naleving van de informatieplicht in verschillende sectoren (waaronder de particuliere recherche) liet zien dat de informatieplicht onvoldoende wordt nageleefd terwijl het informeren van burgers, klanten, consumenten en patiënten essentieel is voor hun vertrouwen in de betreffende gegevensverwerking als zodanig. De naleving van de informatieplicht is ook de concrete voorwaarde willen burgers hun rechten kunnen doen gelden ingeval van een onjuiste of onrechtmatige verwerking van hun gegevens.
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden.
Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.