Google stelt dat de aangekondigde bewaartermijn noodzakelijk is om uitvoering te geven aan de Europese richtlijn over bewaarplicht verkeersgegevens uit 2006. Dit is ten onrechte, omdat deze richtlijn van toepassing is op gegevens van bel- en emailgedrag en niet op inhoudelijke gegevens over het gebruik van het internet zoals bezochte websites en zoekopdrachten. Van een Europese bewaarplicht die het bedrijf zou verplichten tot het bewaren van zoekgegevens van individuele internetgebruikers is dus geen sprake.
De Artikel 29-werkgroep stuurde op 16 mei 2007 al een brief aan Google waarin zij aangaf dat een bewaartermijn van zoekgegevens van 18 tot 24 maanden niet in overeenstemming is met Europese privacywetgeving. De Werkgroep heeft in november 2006 een resolutie aangenomen waarin zij onder meer stelde dat zoekmachines geen zoekgegevens mogen bewaren die tot personen herleidbaar zijn, tenzij de gebruiker daarvoor expliciet toestemming heeft gegeven. Bovendien moeten zoekmachines hun gebruikers voorafgaande aan de verwerking van persoonsgegevens voldoende informeren.
Over de Artikel 29-werkgroep
De werkgroep ontleent haar naam aan artikel 29 van de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EG. Alle toezichthoudende autoriteiten op het gebied van bescherming van persoonsgegevens van de Europese Unie nemen deel aan deze werkgroep, die een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van Europees beleid. De werkzaamheden van de werkgroep leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van Europese normen en gemeenschappelijke interpretaties en in een aantal gevallen ook aan de privacybewustwording op internationaal niveau. Meer informatie over de Artikel 29-werkgroep.
Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt onder de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP)- toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.
Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.