Zwarte lijst detailhandel misbruikt 
 

Persbericht, 10 september 2007

Winkelbedrijven maken misbruik van het waarschuwingssysteem van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel (FAD). Het waarschuwingssysteem is bedoeld om medewerkers die ernstige vergrijpen hebben gepleegd het werken in de hele detailhandel onmogelijk te maken. Aan deze doelstelling heeft het College bescherming persoonsgegevens (CBP) in 2004 zijn goedkeuring verleend. Het CBP constateert in een onderzoeksrapport dat vrijwel geen structurele wanprestaties of ernstige misstanden ten grondslag liggen aan opname in het waarschuwingsregister en dat het in 31 % van de gevallen gaat om kleine vergrijpen met een waarde van € 20 of minder. Ondernemers hebben het recht in de eigen zaak een ‘zero-tolerance’-beleid te voeren maar niet het recht om de eigen regels voor een branchebrede zwarte lijst te overtreden.

Het CBP beraadt zich op eventuele vervolgstappen nu gebleken is dat bedrijven de zwarte lijsten anders gebruiken dan is toegestaan op grond van de rechtmatigheidsverklaring van het CBP in 2004. Het is disproportioneel om een magazijnmedewerker vanwege het eenmalig wegnemen van een blikje frisdrank vier jaar op een zwarte lijst te zetten waardoor hij niet meer aan de slag kan in de bedrijfstak. Het voeren van een ‘zero-tolerance’- beleid tegen fraude mag niet betekenen dat winkelbedrijven een afweging tussen het sectorbelang en het belang van de betrokkene achterwege kunnen laten. Het is direct in strijd met wat de FAD zelf in een toelichting op het gebruik van het waarschuwingssysteem heeft gesteld, namelijk dat ‘pas wanneer sprake is van structurele wanprestaties of van een incidentele maar ernstige misstand het gerechtvaardigd kan zijn iemand in het waarschuwingsregister te plaatsen’.

Het CBP onderkent het mogelijke nut van zwarte lijsten en van het FAD-waarschuwingssysteem. Bij het gebruiken van dit systeem moeten bedrijven echter wel aan de eisen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) voldoen. Het waarschuwingssysteem is in 2004 door de Raad Nederlandse Detailhandel in het leven geroepen met als doel fraude door winkelpersoneel tegen te gaan. Bedrijven kunnen in dat systeem intern een incidentenregister bijhouden van personeelsleden tegen wie wegens fraude of diefstal aangifte is gedaan en die zijn ontslagen. Vanuit dit register kunnen persoonsgegevens worden overgeheveld naar het overkoepelend waarschuwingsregister, dat andere deelnemende bedrijven ten behoeve van het screenen van sollicitanten kunnen inzien. Het CBP heeft het het waarschuwingsregister in 2004 beoordeeld en goedgekeurd. Het waarschuwingssysteem is in september 2005 in werking getreden.

z2006-00838

Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.
zoek
Go Search
Ik wil snel naarSnel naar
header