De Wbp maakt mogelijk dat de OV-bedrijven voor de marketing ten behoeve van reizigersgroei en reizigersspreiding gebruik maken van een beperkt aantal gefilterde individuele reisgegevens. Met deze gegevens, namelijk reisfrequentie, tijdsduur die is verstreken na de laatste reis, binnen/buiten spits reizen, voorkeurstrajecten en voorkeursstations - krijgen de bedrijven informatie voor service- en dienstverlening aan de klant over bijvoorbeeld wijzigingen op stations en trajecten. Gegevens over binnen en buiten de spits reizen hebben vooral betrekking op de abonnementhouders en kunnen van nut zijn om deze doelgroep ook buiten de spits te laten reizen. Gebruikers van het OV houden altijd het recht te laten weten op bovengenoemde informatie geen prijs te stellen (de zogenoemde opt-out). De procedure voor opt-out dient eenvoudig te zijn en de relevante informatie moet voor iedere reiziger gemakkelijk te vinden zijn.
In het overleg met de OV-bedrijven heeft het CBP vier jaar lang voet bij stuk gehouden, omdat de breed geformuleerde wensen van de OV-bedrijven in strijd waren met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Er mag door de introductie van de OV-chip geen grote op persoon herleidbare database van reisgegevens ontstaan waardoor alle OV-reizigers bijna ‘real time’ volgbaar zullen worden, tenzij reizigers hiermee vrijwillig en volledig hebben ingestemd (de zogenaamde opt-in). In het nieuwe voorstel van de OV-bedrijven worden de politiek-maatschappelijke wensen die gesteld worden aan het OV, de bedrijfseconomische belangen van de OV-bedrijven en de bescherming van persoonsgegevens van reizigers op met elkaar in evenwicht gebracht. De Wbp maakt een dergelijke afweging en waarborging van verschillende belangen mogelijk op grond van artikel 8 onder f, Wbp (gerechtvaardigd belang).
z2008-01411