De politie past de methode van automatische kentekenherkenning al enige tijd toe, terwijl de juridische aspecten ervan nog niet zijn uitgekristalliseerd. Omdat deze onduidelijkheid ten koste kan gaan van de bescherming van persoonsgegevens van automobilisten heeft het CBP richtsnoeren opgesteld. De richtsnoeren bepalen dat de politie niet alle gescande gegevens mag bewaren of verwerken. Gescande ketekens die na vergelijking leiden tot een 'hit', kunnen worden verwerkt zolang zij noodzakelijk zijn voor het vastgestelde doel. Gescande kentekens die niet leiden tot een 'hit', moeten direct worden vernietigd. Dit betekent ook dat zij niet bewaard mogen worden ten behoeve van nog niet bestaande onderzoeken. Het volgen van bekenden van de politie is in beginsel alleen toegestaan als er een concrete verdenking is.
Het CBP heeft zich vanaf 2006 op hoofdlijnen uitgelaten over automatische kentekenherkenning. De toezichthouder maakte duidelijk dat het gebruik van kentekenherkenning om verdachten te signaleren aanvaardbaar is, maar dat het registreren en bewaren van de kentekens van iedereen op een bepaalde route te ver gaat. De vandaag uitgebrachte richtsnoeren zijn ter consultatie verspreid omdat het CBP het van belang vindt dat zij aansluiten bij de praktijk. Na de consultatieronde zal het CBP de richtsnoeren aanpassen als hiertoe aanleiding bestaat en de definitieve richtsnoeren in de Staatscourant publiceren.
Automatische kentekenherkenning, oftewel 'Automatic Numberplate Recognition' (ANPR), is een methode om gescande kentekens op automatische wijze te vergelijken met een verzamelbestand waarin een selectie van kentekens is opgenomen. Deze vergelijking kan een 'hit' opleveren: een signaal dat een kenteken wordt herkend. Naar aanleiding van een hit kan direct een actie plaatsvinden. Een 'no-hit' betekent dat een gescand kenteken niet voorkomt in het vergelijkingsbestand en dat dit kenteken dus niet wordt gezocht in het kader van de ANPR-actie.