De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) verplicht sociale diensten de personen die object zijn of zijn geweest van fraudeonderzoek waarin gebruik is gemaakt van heimelijke waarneming, hierover te informeren. In het dossier moet worden vastgelegd dat over de heimelijke waarneming is geïnformeerd. Uit eerder onderzoek van het CBP in 2006 bij tien gemeenten bleek dat regelmatig niet werd voldaan aan de naleving van de informatieplicht. In het vervolgonderzoek waarvan de bevindingen nu worden gepubliceerd, heeft het CBP bij twintig gemeenten onderzocht of hun sociale diensten bij fraudeonderzoeken de geobserveerde burgers achteraf hebben geïnformeerd over de heimelijke waarneming in het geval dat de heimelijke waarneming geen fraude aan het licht heeft gebracht. Uit bijna tweederde van de thans onderzochte dossiers blijkt niet dat de betrokkenen juist zijn geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. Het onderzoek wijst uit dat zeventien van de negentien gemeenten de regels met betrekking tot de informatieplicht niet naleven.
Bij een vermoeden van fraude met bijstandsuitkeringen kan de gemeente de sociale recherche een opdracht geven onderzoek te doen naar een uitkeringsontvanger of uitkeringsaanvrager. Tijdens dat fraudeonderzoek kan de sociale dienst gegevens vastleggen door eigen waarneming zonder de betrokkene daarvan op dat moment op de hoogte te stellen. Dit wordt heimelijke waarneming genoemd. Betrokkenen moeten na afloop van het fraudeonderzoek worden geïnformeerd over de heimelijke waarnemingen. Dit is ook opgenomen in de procesbeschrijving Heimelijke waarneming door sociale diensten, dat na overleg met branchevertegenwoordigers is vastgesteld in 2003 en in 2007 is aangepast en geactualiseerd.