Het rapport is het resultaat van een gezamenlijk onderzoek van de Europese toezichthouders dat zich richtte op de beveiliging en de bescherming van de te bewaren gegevens, naleving van de geldende opslaglimieten (hoeveelheid en termijnen) en het soort opgeslagen gegevens. Uit het onderzoek bleek dat de richtlijn niet geharmoniseerd wordt toegepast. Er zijn grote verschillen tussen de lidstaten, met name daar waar het gaat om de bewaartermijnen die blijken te variëren van zes maanden tot tien jaar – terwijl twee jaar maximaal is toegestaan.
Een andere belangrijke conclusie uit het rapport is dat meer gegevens worden opgeslagen dan is toegestaan. De Richtlijn Dataretentie voorziet in een beperkte lijst van te bewaren gegevens. Het gaat daarbij in alle gevallen om verkeersgegevens. Het bewaren van gegevens met betrekking tot de inhoud van (tele)communicatie is expliciet verboden. Uit het onderzoek komt echter naar voren dat dergelijke gegevens in sommige gevallen niettemin worden bewaard. Met betrekking tot verkeersgegevens via internet bleek dat verschillende service providers URL’s van websites, onderwerpregels van e-mails alsook de ontvangers van e-mails in de “CC”-balk op de ontvangende mailserver bewaarden. Tot slot kwam naar voren dat bij het telefoonverkeer de locatie van de beller niet alleen bij de start van het telefoongesprek werd bewaard, maar dat de locatie van de beller continu wordt bijgehouden.
De Europese toezichthouders doen in hun rapport verschillende aanbevelingen voor wijzigingen van de Richtlijn. Deze hebben betrekking op onder meer harmonisatie, veiliger doorgifte van gegevens en standaardprocedures voor de afgifte van gegevens. Daarnaast benadrukt het rapport dat nationale wetgeving geen extra verplichtingen met betrekking tot het bewaren van gegevens op providers mag leggen. Het pleit verder onder meer voor invoering van een enkele, maximum bewaartermijn, herziening van de algehele beveiliging van de verkeersgegevens door de Commissie, verduidelijking van het begrip ‘ernstig misdrijf’ door de lidstaten en het openbaar maken aan alle betrokken partijen van de lijst instanties die toegang mogen hebben tot de data.
Het rapport dient als inbreng van WP29 voor de evaluatie van de Richtlijn Dataretentie door de Europese Commissie. Deze zal naar verwachting in september 2010 worden gepresenteerd.