De naleving en beleving van de informatieplicht onder organisaties in Nederland 
Onderzoek onder huisartsen, onderwijsinstellingen en woningcorporaties 

Onderzoek uitgevoerd door TNS NIPO Consult in opdracht van het CBP in de tweede helft van 2005

En van de belangrijkste pijlers van de Wbp is transparantie voor betrokkenen bij de verwerking van hun persoonsgegevens. Dit wordt onder andere gewaarborgd door de in de Wbp vastgelegde informatieplicht. De wet verplicht de verantwoordelijke in principe de betrokkene te informeren als er persoonsgegevens worden verwerkt. De informatieplicht geldt voor alle verwerkingen van persoonsgegevens.

De informatieplicht houdt voor organisaties in dat zij de betrokken persoon informeren over:

  1. De identiteit (de naam, het adres en de plaats) van de organisatie die de persoonsgegevens verwerkt;
  2. Het doel van de gegevensverwerking.

Deze informatieverplichting stelt iemand in staat zijn rechten uit te oefenen en een onjuiste gegevensverwerking aan te vechten. Het is dus van groot belang dat de informatieverplichting door de verantwoordelijke wordt nageleefd. Door de technologische ontwikkelingen worden steeds meer persoonsgegevens verwerkt. Deze mogelijkheden kunnen een bedreiging vormen voor de privacy van de burger. Het is voor organisaties steeds makkelijker om persoonsgegevens op verschillende manieren te gebruiken of aan anderen te verstrekken. Daardoor kan de betrokkene niet altijd overzien wat er met zijn gegevens gebeurt en bestaat het gevaar dat er inbreuk wordt gemaakt op zijn of haar privacy.

Het CBP heeft in 2005-2006 de informatieverplichting op de agenda staan. Om de naleving van de informatieplicht op een effectieve manier te bevorderen is het nodig meer te weten over de wijze waarop en de mate waarin organisaties hieraan invulling geven. Daarnaast is het van belang om te weten welke redenen aan een eventuele slechte naleving ten grondslag liggen.