Passend beschermingsniveau
Om te bepalen of een land een passend beschermingsniveau heeft, moet de verantwoordelijke organisatie eerst nagaan of er sprake is van een besluit van de Minister van Justitie of van de Europese Commissie. Zij kunnen bepalen of een niveau van bescherming van een bepaald derde land al dan niet passend is.
Heeft een land geen passend beschermingsniveau dan kan doorgifte mogelijk zijn op grond van één van de wettelijke uitzonderingsgronden of door een vergunning van de Minister van Justitie.
Toezicht door het CBP
Als een land geen passend beschermingsniveau heeft en er geen beroep kan worden gedaan op een wettelijke uitzondering of een afgegeven vergunning, is doorgifte naar dat land onrechtmatig en dus niet toegestaan. Het CBP houdt toezicht op de naleving van de bepalingen van de Wbp door in Nederland gevestigde verantwoordelijken die gegevens verstrekken aan derde landen. Dit zal het CBP ambtshalve doen of naar aanleiding van klachten van burgers. Bij zijn toezicht hierop zal het CBP zich met name richten op categorieën van doorgiftes die bijzondere risico's kunnen opleveren. Voorbeelden van dergelijke doorgiftes zijn:
- doorgiftes die een (financieel) risico inhouden, bijvoorbeeld creditcardbetalingen via het internet;
- herhaalde doorgifte van grote hoeveelheden gegevens.
Het CBP kan op grond van de Wbp gebruik maken van bestuursdwang of een last onder dwangsom.