Regels voor de informatieplicht 
 

Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens moeten organisaties personen van wie zij persoonsgegevens gebruiken, informeren over hun identiteit en het doel waarvoor zij de persoonsgegevens gebruiken (artikel 33 en 34 Wbp). In sommige situaties moet er nog aanvullende informatie worden gegeven. Dit is onder meer afhankelijk van:

  • de verwachtingen van de betrokken persoon; als iemand niet logischerwijs kan verwachten dat gegevens gebruikt worden om bijvoorbeeld aan de politie te verstrekken, moet iemand daar nadrukkelijk over geïnformeerd worden.
  • de omstandigheden waaronder de gegevens zijn verkregen; als persoonsgegevens van een andere organisatie worden verkregen, kan de informatieplicht zwaarder wegen. De betrokken persoon is er niet altijd van op de hoogte dat zijn gegevens aan een andere organisatie zijn verstrekt.
  • de aard van de gegevens; hoe gevoeliger de aard van de persoonsgegevens is die een organisatie gebruikt, des te meer reden er is om de betrokken persoon hier uitgebreid en gedetailleerd over te informeren.

Tijdstip van informeren
Personen moet in principe vooraf geïnformeerd worden over het feit dat een organisatie gegevens over hen gaat gebruiken. Als een organisatie persoonsgegevens ontvangt van een andere organisatie, bijvoorbeeld voor direct marketing doeleinden, moet deze organisatie op het moment dat de gegevens worden vastgelegd de betrokken personen hierover informeren.

Meer hierover is te vinden in het informatieblad Informatieplicht.