Selectief woningtoewijzingsbeleid Den Bosch 
 

Met ingang van 1 oktober 2007 is in ’s Hertogenbosch een nieuwe procedure vastgesteld voor het selectieve woningtoewijzingsbeleid voor het gebied Bartjes Zuid, nadat het CBP de tot dan toe gehanteerde procedure niet in overeenstemming met de Wbp had beoordeeld. Het CBP heeft strenge eisen gesteld aan de procedure om nieuwe huurders te screenen en constateert met genoegen dat de gemeente de procedure conform deze eisen heeft ingericht.

De bedoeling van het selectieve woningtoewijzingsbeleid is om de wijk leefbaar te maken en te houden en een eind te maken aan de daar heersende intimidatiecultuur. Selectie om in aanmerking te komen voor een woning is een vorm van screening, die ingrijpend is voor degenen die het betreft. Het CBP is van oordeel dat de Verklaring Omtrent het Gedrag-procedure moet worden gevolgd als mensen voor een bepaald doel moeten worden gescreend. Dit doel achtte het CBP aannemelijk voor Bartjes Zuid. De VOG-procedure kost echter veel tijd en zou daarom volgens de gemeente de nodige onrust in deze buurt teweeg kunnen brengen. In dit specifieke geval kan naar het oordeel van het CBP worden uitgeweken naar een alternatieve screeningprocedure, mits wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. Het CBP heeft op grond daarvan de volgende spelregels vastgesteld:

• mensen die reageren op een advertentie voor een woning mogen geacht worden daarmee toestemming te geven voor het verwerken van hun persoonsgegevens, als volstrekt helder is of, hoe en wanneer zij worden gescreend, welke personen, onder wie de buurtcoördinator, daarbij een rol hebben en wat zij kunnen doen als er een negatief woonadvies uit rolt;

• het gebruik van informatie uit speciale politieregisters, zoals het register zware criminaliteit, is buitenproportioneel voor dit doel;

• subjectieve informatie die de buurtcoördinator over een aspirant huurder heeft, zou alleen in het voordeel van die betrokkene moeten kunnen werken. Als de informatie ook wordt gebruikt om een negatief woonadvies te geven, dan moet betrokkene zijn rechten kunnen uitoefenen op grond van de Wet politieregisters.

• het is niet nodig dat de voor het geven van een woonadvies verzamelde gegevens in een apart register worden opgeslagen omdat voor elke woning een apart woonadvies moet worden aangevraagd en de gegevens in de oorspronkelijke registers blijven zitten met daarvoor geldende bewaartermijnen.

z2005-00314

NOOT d.d. 27 mei 2011: In de definitieve bevindingen in zaak nr. z2005-00314 staat vermeld dat, indien de noodzaak is aangetoond dat mensen voor een bepaald doel gescreend moeten worden, het CBP van oordeel is dat de VOG-procedure moet worden gevolgd.  Inmiddels is gebleken dat de VOG-procedure niet ten aanzien van een selectief woningtoewijzingsbeleid kan worden gevolgd.

Over het CBP
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) houdt - onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) - toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Bij het CBP moet het gebruik van persoonsgegevens worden gemeld, tenzij hiervoor een vrijstelling geldt.

Het CBP adviseert de regering en organisaties over de bescherming van persoonsgegevens en onderwerpen die daarmee samenhangen. Het CBP toetst gedragscodes en bemiddelt in geschillen tussen burgers en gebruikers van persoonsgegevens. Op eigen initiatief of op verzoek van een belanghebbende kan het CBP onderzoeken of de manier waarop persoonsgegevens in een bepaalde situatie zijn gebruikt, in overeenstemming is met de wet en daaraan zo nodig gevolgen verbinden. Voor in gebreke blijven bij de melding kan een boete worden opgelegd. Bij overtreding van de wet of daarop gebaseerde regelingen kan het CBP overgaan tot bestuursdwang of een dwangsom opleggen.