De Wet bescherming persoonsgegevens

De Wet bescherming persoonsgegevens
De belangrijkste regels voor de omgang met persoonsgegevens zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De Wbp is de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn bescherming persoonsgegevens en is sinds 1 september 2001 van kracht.

Het toenmalige ministerie van Justitie heeft een Handleiding voor verwerkers van persoonsgegevens uitgebracht.


Toezicht op de naleving van de Wbp en handhaving van de Wbp
De Wbp regelt ook de taken en bevoegdheden van de toezichthouder op de wet, het College bescherming persoonsgegevens.
Het CBP heeft drie hoofdtaken:

  1. toezicht op de naleving van wet- en regelgeving die ziet op de verwerking van persoonsgegevens, zo nodig met behulp van het opleggen van sancties;
  2. advisering van de regering en in voorkomende gevallen van het parlement over voorgenomen wet- en regelgeving die ziet op de verwerking van persoonsgegevens;
  3. internationale samenwerking en toezichthoudende taken.

 

Functionaris voor de gegevensbescherming
Bedrijven, instellingen en brancheorganisaties kunnen ook een eigen, interne toezichthouder aanstellen, de Functionaris voor de gegevensbescherming (FG). Waar een interne toezichthouder is aangesteld, kan het CBP zich terughoudend opstellen.


Melding en vrijstelling van melding
Alle verwerkingen van persoonsgegevens moeten worden gemeld bij de toezichthouder, het CBP. Het CBP houdt een openbaar register van deze meldingen bij.
Het melden van een verwerking van persoonsgegevens betekent niet dat het CBP deze verwerking heeft goedgekeurd. Het blijft de verantwoordelijkheid van de instantie die meldt om persoonsgegevens in overeenstemming met de wet te verwerken.
Een groot aantal maatschappelijk goed bekende en geaccepteerde verwerkingen zijn vrijgesteld van melding. Het CBP biedt een handreiking bij het gebruik van het vrijstellingsbesluit.


zoek
Ik wil snel naarSnel naar
header